Vrijwilligers zijn onmisbaar in het culturele veld. Ze dragen met liefde zorg voor je organisatie en staan vaak in direct contact met je bezoekers. Vaak ontvangen ze vanuit de bezoekers (on)gevraagd feedback die belangrijk kan zijn voor de bezoekersbeleving. Of ze merken zelf dingen op die tot een betere service leidt. Maar hoe verwerk je als organisatie de feedback op een efficiënte manier? We geven je 7 tips:
- Laat weten aan vrijwilligers dat hun feedback waardevol is en koppel terug wat en wanneer er iets met de feedback wordt gedaan.
- Zorg voor een eenduidig verwerkingssysteem, zowel voor vrijwilligers als voor de organisatie. Gelet op de leeftijd van je vrijwilligers kan je bijvoorbeeld kiezen voor een schriftje bij de balie of het sturen van mails naar één contactpersoon van de organisatie.
- Maak een databestand aan in Excel waarbij je de feedback op datum plaatst en categoriseert. Zo kun je zien hoe vaak een opmerking voorkomt, en of een opmerking na een periode ook weer verdwijnt.
- Maak van je data grafieken en tabellen en plaats deze in een overzichtelijk A4 zodat je aan je organisatie in één oogopslag kunt laten zien waar de aandachtspunten en complimenten liggen.
- Plan iedere maand, kwartaal of half jaar een moment in om in groter verband de feedback door te nemen. Maak actiepunten waar aan gewerkt gaat worden.
- Evalueer bij het volgende overlegmoment of de actiepunten zijn doorgevoerd en of daar ook resultaten van zijn, bijvoorbeeld doordat klachten niet meer terugkomen.
- Let tot slot op representativiteit: niet alle bezoekers zijn geneigd hun mening door te geven aan vrijwilligers. Daardoor kan een mening niet altijd geldend zijn voor het alle bezoekers. Je kunt meer feedback verzamelen door bijvoorbeeld te kijken naar respons in een gastenboek, of bij Google-reviews. Deze kun je ook in je databestand opnemen. Wil je nog meer informatie over de tevredenheid van je bezoekers? Houd dan een bezoekersonderzoek.
Wil je meer weten over bezoekersonderzoek en hoe ik je daarbij kan helpen? Kijk dan hier of neem direct contact met me op.
Wanneer je interviews afneemt kun je veel te weten komen. Je verzamelt voornamelijk kwalitatieve data. (Er zijn enkele trucjes om ook kwantitatieve data te verzamelen.) Nog voordat je interview start, is het van belang dat je je interviewvragen goed gedefinieerd hebt. Want vragen stellen doe je niet voor de lol: ze moeten uiteindelijk antwoord geven op de hoofdvraag van je onderzoek. Daarom geef ik je tips hoe je je interviewvragen zo goed mogelijk vormgeeft:
- Zorg dat je helder geformuleerde hoofd- en deelvragen paraat hebt.
- Stel vragen op die aansluiten bij je hoofd- en deelvragen. Om er zeker van te zijn dat je ze allemaal kunt beantwoorden, zet je achter iedere vraag bij welke hoofd- of deelvraag de vraag aansluit.
- Zet de vragen op een logische volgorde waarmee je overlap voorkomt.
- Voorzie je interviewvragen van een introducerende tekst. Hierin staat waarom deelnemers worden geïnterviewd en hoe lang het interview duurt.
- Formuleer je vragen zo, zodat de geïnterviewde ze begrijpt. Je kunt dit testen door het protocol te oefenen met je collega. Zo merk je ook of je vragen in de juiste volgorde gesteld worden.
- Zorg dat je vragen objectief worden gesteld. Hierdoor voorkom je vooroordelen die ertoe leiden dat het onderzoek de verkeerde antwoorden geeft en blijft er ruimte om door te vragen tijdens je interview. Vooroordelen komen voor als je leidende vragen stelt zoals ‘Vind je ook niet dat’, ‘zou je…?’ of ‘Klopt het dat…?’.
- Zorg ervoor dat er ruimte is om verdiepende vragen te stellen. Verdiepende vragen beginnen met ‘waarom’, ‘hoe’, ‘wat’ en ‘wie’. In deze vragen vind je dé ‘goudklompjes’ die speciale inzichten voor je onderzoek opleveren.
- Stel een afsluitende tekst op met uitleg over wat er met de uitkomsten van het gesprek gebeurt.
Tot slot wil ik je meegeven dat het belangrijk is om objectief te blijven tijdens het interview. Je eigen mening speelt hierin geen rol. Zorg ervoor dat de geïnterviewde zijn eigen verhaal kan vertellen.
Meer tips om je interview goed voor te bereiden? Lees dan mijn blog ’10 tips om een interview voor te bereiden’ of ’15 tips voor een goed interview’.
Bij een literatuuronderzoek maak je slim gebruik van bestaande kennis. Je doet onderzoek naar reeds beschikbare gegevens ten behoeve van een probleemstelling. Zo kun je veel informatie verzamelen over trends, marktbewegingen, marktstructuur en ontwikkelingen zonder dat je zelf veldwerk hoeft te doen. Je ontdekt wat er al bekend is over jouw onderwerp en voorkomt dubbel werk.
Met deze 10 tips haal je het maximale uit je literatuurstudie:
1. Begin met een helder doel
Weet wat je wilt onderzoeken. Formuleer een duidelijke onderzoeksvraag en stel eventueel deelvragen op. Zo weet je waar je naar op zoek bent.
2. Gebruik de juiste zoektermen
Bedenk goede zoektermen die passen bij je onderwerp. Deze woorden helpen je om snel relevante bronnen te vinden.
3. Maak gebruik van het sneeuwbaleffect
Heb je een goed artikel gevonden? Kijk dan naar de bronnen die daarin genoemd worden. Zo kom je steeds weer nieuwe publicaties tegen.
4. Kies voor actuele informatie
Zorg dat je gegevens up-to-date zijn. Verouderde informatie kan je onderzoek minder waardevol maken.
5. Verwerk alleen wat echt relevant is
Voeg alleen informatie toe die antwoord geeft op je onderzoeksvraag. Maak er één logisch geheel van.
6. Houd bij waar je alles vandaan haalt
Noteer altijd de bron van je informatie. Zo kun je later terugvinden waar je iets gelezen hebt.
7. Gebruik de APA-regels
Verwijs naar je bronnen volgens de APA-regels. Daarmee laat je zien dat je netjes werkt en voorkom je plagiaat.
8. Controleer de relevantie van je bronnen
Vraag jezelf steeds af: beantwoordt deze informatie mijn vraag? Zo houd je focus en voorkom je dat je afdwaalt.
9. Gebruik meerdere bronnen
Door verschillende bronnen te gebruiken, wordt je informatie betrouwbaarder.
10. Kies betrouwbare publicaties
Gebruik bij voorkeur (wetenschappelijke) artikelen via Google Scholar, rapporten of publicaties van betrouwbare websites of bronnen uit de bibliotheek.
Bij het opzetten van een onderzoeksopzet komen er allerlei vragen naar boven. Veel is interessant, maar wat gaat je écht verder helpen? Probeer dit onderscheid steeds te maken tijdens alle fases van je onderzoek: bij het opstellen van je plan, het ontwerpen van je instrument, het verzamelen van je data, maar ook bij de analyse en rapportage. Welke informatie heb je nodig om je doel te bereiken en wat is ‘slechts’ interessant.
Niet verdwalen
Een onderzoek moet informatie opleveren. Maar teveel informatie is ook niet fijn. Je verdwaalt in je data en je kunt je onderzoeksvragen niet meer helder beantwoorden. Als je bijvoorbeeld een vragenlijst maakt, is het heel makkelijk om ‘die ene vraag’ er nog even in te stoppen, omdat het zo leuk is om te weten. Maar zullen de antwoorden ook echt nuttig zijn voor je onderzoek? Vraag jezelf daarom af welke informatie je écht nodig hebt om je onderzoeksvraag te beantwoorden.
Maak daarnaast een overzicht van de informatie die je al bezit. Zo voorkom je dubbel werk.
Helder doel opstellen
Zorg er voor dat je een helder doel voor ogen hebt. Welke informatie moet je onderzoek opleveren? Stel dat je wilt weten hoe je bezoekers jouw tentoonstelling ervaren. Dan is dat waar je onderzoek naar gaat doen. Houdt bij het opstellen van de vragenlijst steeds je doel erbij, zodat je alleen onderzoekt wat je ook echt wilt onderzoeken.
Keuzes maken
Maak keuzes in wat je wilt weten. Hoe doe je dat? Blijf deze vragen stellen om die keuzes goed te kunnen maken:
- Hoe belangrijk is het om dit te weten?
- Kan ik met deze informatie mijn onderzoeksvraag beantwoorden?
- Ga ik deze informatie ook echt ergens voor gebruiken?
- Hoe erg is het om deze informatie níét te hebben?
- Voor wie is het belangrijk dat we deze informatie hebben?
- Heb ik deze informatie al ergens anders?
Het is niet altijd nodig om zelf data te verzamelen. Je kunt ook gebruik maken van bestaande bronnen. Denk hierbij aan databestanden die je kunt kopen bij bijvoorbeeld SCP of CBS, maar ook aan je eigen administratie of kassaregistratiesysteem. Je maakt gebruik van bestaande databestanden als je meer wilt weten over een bepaald onderwerp waar landelijk gegevens over worden verzameld of als je kwantitatieve data wilt over je eigen organisatie. Er wordt al veel data verzameld. Maak daar slim gebruik van.
Tips:
- Formuleer een duidelijk doel/onderzoeksvraag en deelvragen die je wilt beantwoorden met het bestaande bronnenonderzoek;
- Zorg voor steekwoorden/zoekwoorden die afgeleid zijn van je doel/onderzoeksvraag. Dit geeft je een richting om relevante bronnen te zoeken;
- Verzamel actuele informatie;
- Zorg dat de bronnen relevant zijn voor jouw probleemstelling;
- Houdt bij welke informatie je waar vandaan haalt, zodat jij en/of de opdrachtgever kan zien welke bronnen zijn gebruikt;
- De informatie die bestaande data oplevert, sluit soms niet volledig aan op de probleemstelling of is incompleet. Het is dan slim om bestaande bronnenonderzoek met een andere onderzoeksmethode te combineren.
Kijk hier voor een overzicht van verschillende onderzoeksmethoden
Click on the flag to read this article in English
Een onderzoeksmethode is de manier waarop je data verzamelt voor je onderzoek. Er zijn legio manieren om dit aan te pakken. Voor welke onderzoeksmethode je kiest is voornamelijk afhankelijk van de onderzoeksvragen. De praktijk waarmee je te maken hebt, heeft ook invloed.
Het aanbod van onderzoeksmethoden is groot waardoor je soms door de bomen het bos niet meer ziet. Daarom geef ik je in deze blog een handig overzicht met verschillende onderzoeksmethoden. Bij een aantal onderzoeksmethoden vind je een link naar een blog met meer informatie.
In dit overzicht maak ik onderscheid tussen kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden. Bij kwalitatieve onderzoeksmethoden kijk je naar het hoe en waarom en duik je de diepte in. Bij kwantitatieve onderzoeksmethodes draait het om cijfers en feiten die je met elkaar kunt vergelijken. Wil je hier meer over weten? In mijn blog ‘Keuze: kwalitatief onderzoek of kwantitatief onderzoek’ vind je informatie over het verschil tussen deze twee soorten onderzoek.
Kwalitatief onderzoek
- Individueel interview: Gestructureerd of ongestructureerd gesprek met één persoon waarin je gedetailleerd ingaat op één of meerdere onderwerpen.
- Groepsgesprek: Gesprek of discussie met meerdere mensen over één of meerdere onderwerpen.
- Literatuuronderzoek: Onderzoek waarin je aan de hand van een probleemstelling gebruik maakt van onderzoeken, theorieën en informatie die al beschikbaar zijn (bijv. van een bibliotheek of op het internet)
- Mysteriebezoeker: Onderzoeksmethode waarin je experts inzet die zich als klant of bezoeker gedragen en de kwaliteit van een dienst of organisatie beoordelen.
Kwantitatief onderzoek
- Vragenlijsten: Registratie van gegevens en meningen van groepen mensen door middel van een vooraf opgestelde vragenlijst. Deze vragenlijst kun je digitaal of schriftelijk laten invullen door een grote groep mensen.
- Scheurkaartjes: Onderzoeksmethode waarbij je op een snelle manier een grote groep mensen één vraag laat beantwoorden. Dit kan bijvoorbeeld door het publiek voor een voorstelling een papiertje met daarop een stelling te geven. Na de voorstelling kan het publiek door een scheurtje in het papiertje te maken, aangeven of ze het eens of oneens zijn met de stelling.
- Observeren: Het observeren van daadwerkelijk gedrag en het registreren van reacties.
- Bestaand bronnenonderzoek: Het uitvoeren van onderzoek met behulp van bestaande datasets met kwantitatieve gegevens die al door andere onderzoekers zijn verzameld. Je gebruikt dan de dataset nog een keer, maar dan om een nieuwe vraag te beantwoorden.
- Panelonderzoek: Respondenten die zich hebben opgegeven voor onderzoek benaderen met een digitale vragenlijst.
- Logboek: Document (digitaal of schriftelijk) waarin je bezoekers of deelnemers gebeurtenissen en/of specifieke data laat vastleggen.
- Tracking: Het volgen van respondenten (bv. bezoekers van een museum of klanten van een winkel) door een ruimte. Dat kan gedaan worden via de wifi of bluetooth van hun eigen apparaten, maar ook met een apparaatje dat je aan respondenten meegeeft, waarmee je hen volgt.
Een aantal tips om de geschikte onderzoeksmethode te kiezen:
- Je onderzoeksvragen zijn leidend. Zijn het hoe en waarom vragen, of juist vragen naar hoeveel of hoe vaak? Kijk hierbij ook naar het soort informatie die belangrijk is. Als je op zoek bent naar verbeterpunten, is dit makkelijker om die samen te bedenken in een groepsgesprek dan in je eentje in een vragenlijst. Als je wilt weten welke communicatiemiddelen het meest gebruikt worden, heb je meer aan een vragenlijst.
- Welke informatie heb je al? Wellicht heb je informatie al voor handen en kun je daar je onderzoeksvragen (of deels) mee beantwoorden. Denk bijvoorbeeld aan een databestand dat je bijhoudt met gegevens van deelnemers, maar ook de kassa uitdraai van je verkochte tickets.
- Is informatie elders voor handen, bijvoorbeeld in bestaande databestanden of in de literatuur? Er wordt al veel onderzoek gedaan. Waar kun je gebruik maken van bestaan de data? Denk hierbij aan bestanden van CBS of SCP, maar er is ook allerlei onderzoek over de werking van allerlei programma’s.
- Inventariseer open wat mogelijk is per onderzoeksvraag. Kijk hierbij naar wie je kan helpen bij het beantwoorden van de vragen. Wie weet dit? Zo weten deelnemers van alles over je project, maar ook samenwerkingspartners. Maak de lijst zo compleet mogelijk, zodat je vervolgens kunt brainstormen hoe je deze informatie bij hen kunt ophalen. Denk hierbij vooral in mogelijkheden en zet hierbij zoveel mogelijk methoden bij één onderzoeksvraag. Kies daarna met welke methode of combinatie van methoden je de onderzoeksvragen gaat beantwoorden.
- De praktijk is natuurlijk ook van invloed. Wie kun je benaderen? Hoeveel tijd heb je? Wat kun je van respondenten verwachten? Kom hierin je respondenten tegemoet.
- Denk buiten de gebaande paden. Kies niet voor een vragenlijst omdat je dat makkelijk lijkt. Veel mensen willen geen vragenlijst meer invullen, maar willen wel tijdens een kort gesprek met een kopje koffie hun verhaal vertellen.
- Wees creatief bij het kiezen van je onderzoeksmethoden. Je kunt allerlei combinaties maken. Ik combineer graag observaties met korte gesprekken aan de hand van een vragenlijst. Op basis van wat ik heb gezien, stel ik vragen, bijvoorbeeld waarom iemand iets deed of hoe ze dat ervaren hebben. Je krijgt dan een verdieping op wat je hebt gezien, het gesprek wordt persoonlijker, geeft minder ruimte voor sociaal wenselijke antwoorden en als je een protocol gebruikt, kun je (indien nodig) het een en ander kwantificeren. Andere mogelijkheden zijn de uitkomsten van een vragenlijsten in groepsgesprekken interpreteren. Andersom kun je aan de hand van literatuurstudie een vragenlijst samenstellen. Of eerst bestaande databestanden analyseren en wat dan ontbreekt vragen in een vragenlijst. Op die manier hoef je een aantal zaken niet te vragen in je vragenlijst en kun je dieper ingaan op de materie in je vragenlijst.
Regelmatig hoor ik van beleidsmedewerkers en andere professionals dat ze een onderzoek hebben laten doen, maar er niets aan hebben gehad. Meestal omdat de onderzoeksresultaten zo onbegrijpelijk zijn opgeschreven, je verdwaald in de hoeveelheid informatie en details, vervolgacties onduidelijk zijn en soms zelfs omdat de verkeerde informatie verzameld is. Jammer van de energie die je er in hebt gestopt en het geld dat het heeft gekost.
Als je een onderzoeksbureau inschakelt, dan wil je wel zeker weten dat je aan het eind van de rit alle relevante informatie boven tafel hebt. Het is dus zaak dat jij het bureau zo aanstuurt, dat je krijgt wat je nodig hebt. Daarom geef ik graag een paar tips voor uitbesteed onderzoek begeleiden:
- Maak aan het onderzoeksbureau bij de offerte-aanvraag duidelijk wat je probleem is en waar je de uitkomsten van het onderzoek voor in gaat zetten.
- Maak bij de offerte-aanvraag duidelijk wat je straks van hen nodig hebt.
- Schroom niet om te vragen. Het is het expertise van een onderzoeksbureau om jouw vraag te beantwoorden, om iets meetbaar te maken. Laat je niet beperken in je vraag, want alles is meetbaar.
- Heb een persoonlijk gesprek met de onderzoekers die offreren en kijk of je elkaar begrijpt. Vraag ook of hij/zij straks het onderzoek gaat doen.
- In het begin van het onderzoek kan nog veel bijgestuurd worden. Zorg dat je deze besprekingen goed voorbereid en zo nodig bijstuurt. Stel alle vragen die je hebt. De onderzoeker moet ze kunnen beantwoorden.
- Bespreek het concept meetinstrument. Dat is bepalend voor de informatie die verzameld wordt. Na de dataverzameling kan er vaak geen andere informatie meer verzameld worden (met name bij interviews, vragenlijsten, observaties).
- Zorg voor intern draagvlak voor je onderzoek, zodat je collega’s met je meedenken en aan de slag willen met de uitkomsten van het onderzoek.
- Laat de informatie in zo’n vorm opleveren zodat jij en je collega’s ermee aan de slag kunnen. Laat de onderzoeker actiepunten formuleren als jij deze nodig hebt. Vraag om een artikel, factsheet of filmpje als je de informatie breed wilt delen.
Observeren is een methode om feitelijk gedrag te achterhalen en te registreren. Er is geen direct contact met de respondenten. Je kiest voor observeren om te achterhalen hoe activiteiten, programma’s of nieuwe projecten ontvangen worden en je spontane reacties wilt registreren. Tijdens het observeren maak je een objectief verslag van wat je ziet.. Ik geef je een aantal tips om goed te observeren:
- Maak bij het observeren gebruik van een observatielijst. Met een gestructureerde verslaglegging isje informatie consistent en kun je de verzamelde data achteraf gemakkelijk analyseren.
- Zorg tijdens het observeren voor een open en onderzoekende houding. Voorkom dat je te snel conclusies trekt over gedragingen. Je maakt een objectief verslag van wat je ziet
- Rapporteer wat je letterlijk ziet gebeuren, niet wat je denkt dat er gebeurt.
- Kijk niet alleen naar losse gebaren. Een los gebaar zegt niet zoveel. De betekenis ervan wordt begrijpelijke in combinatie met andere gebaren en signalen.
- In verband met privacyregels moet je jezelf kenbaar maken als je mensen langere tijd gaat volgen.
- Je kunt observaties combineren met een (kort) interview om te duiden wat je hebt gezien.
- Door veel observaties te houden, kun je representatieve uitspraken doen over je onderzoeksonderwerp of groep met onderbouwende cijfers.
- De observatoren moeten goede instructies krijgen, zodat iedereen het geobserveerde op dezelfde manier rapporteert, zonder eigen interpretatie . Om verschillende observanten gelijk te stemmen, kun je de eerste observaties samen doen.
- Bij het observeren kun je gebruik maken van allerlei technische hulpmiddelen. Er is verschillende volgapparatuur op de markt, maar denk ook aan een stopwatch die je helpt te meten hoe lang iemand ergens gebruik van maakt.
- Houdt altijd de context in je achterhoofd. Staat iemand in een koude ruimte met zijn armen strak over elkaar, dan is de kans groot dat hij niet defensief en gesloten is, maar dat hij het gewoon koud heeft.
- Varieer het observatieschema, in tijdstippen en omstandigheden. Zo wordt je observatie zo compleet mogelijk.
- Verstoor de situatie die je observeert zo min mogelijk. Praat tijdens de observatie niet met de geobserveerden als het niet nodig is en stel je zo onopvallend mogelijk op.
Click on the flag to read this article in English
Bij het organiseren en leiden van een groepsgesprek moet je met andere dingen rekening houden dan bij een individueel interview. Bij groepsinterviews heb je bijvoorbeeld te maken met groepsdynamiek waar je mee om moet gaan. Een aantal tips voor het houden van een groepsgesprek:
1. Begin op tijd met de organisatie van de groepsgesprekken. Anders loop je het risico dat niet voldoende mensen kunnen. Door het groepsinterview ruim van tevoren te plannen, heb je de grootste kans dat iedereen aanwezig kan zijn.
2. Laat iemand het verslag maken die daar ervaring mee heeft. Notuleren bij een groepsgesprek is namelijk ingewikkelder, omdat verschillende mensen aan het woord zijn.
3. Maak video- of geluidsopnamen van het interview als je niet zeker weet of de verslaggever het live bij kan houden bij het maken van een verslag. Zorg er dan voor dat de apparatuur vooraf aanwezig is en klaar staat.
4. Zorg ervoor dat je gesprekspartners zich op hun gemak voelen. Zorg voor een prettige ruimte, iets te drinken en een koekje.
5. Laat iedereen zich voorstellen, zodat de anderen ook weten met wie ze aan tafel zitten. Maak een plattegrond van de tafel met namen en functie / achtergrond als spiekbrief.
6. Zorg ervoor dat iedereen aan het woord komt.
7. Let op de lichaamstaal van de deelnemers.
8. Monitor de tijd en hou je aan de afgesproken tijd. Het is vervelend als je een deel van je vragen niet hebt kunnen stellen.
9. Leg uit wat er gebeurt met de uitkomsten van het gesprek. Ook wat je doet met het verslag dat van het gesprek wordt gemaakt (bv de geluidsopname). Gebruik je dat alleen om zelf iets op te kunnen zoeken of wordt het ook gepubliceerd. Koppel het verslag in het laatste geval in ieder geval terug.
10. Vat tijdens het interview samen en koppel het gezegde terug naar de groep om er zo verzekerd van te zijn dat je het goed begrijpt.
Meer tips over interviewen? Lees dan ook mijn andere blog: Hoe maak je het respondenten zo gemakkelijk mogelijk?
Click on the flag to read this article in English
In vorige blogs heb ik beschreven hoe je tot de juiste onderzoeksvraag komt en hoe je de juiste onderzoeksmethode kiest. De volgende stap in het onderzoeksproces is de dataverzameling. Bij het verzamelen van data zijn er een aantal dingen waar je rekening mee moet houden. Ik geef je wat tips:
- Bepaal je onderzoekspopulatie. Het is niet altijd nodig om iedereen te spreken om een representatief beeld te krijgen. Zeker bij grote aantallen, zoals bijvoorbeeld het stemgedrag van alle Nederlanders, wordt een representatieve steekproef getrokken.
- Houd tijdens de dataverzameling de representativiteit goed in de gaten (bij kwantitatief onderzoek). Werkt iedereen uit je steekproef ook echt mee? Zijn je subgroepen niet evenredig vertegenwoordigd, dan kun je de missende respondenten alsnog bevragen of besluiten om een bepaalde subgroep weg te laten
- Controleer of je voldoende informatie hebt (bij kwalitatief onderzoek).Blijkt dit niet het geval, dan kun je nog een extra interview afnemen.
- Het registreren van de data moet op zo’n manier gebeuren dat de data overzichtelijk bij elkaar staat en klaar is voor de analyse. Op een grote stapel ingevulde vragenlijsten kun je nog geen analyse loslaten. De beste manier om te registreren is afhankelijk van de onderzoeksmethode die je hebt gebruikt.