De onderzoekspopulatie bestaat uit de personen of organisaties die je in je onderzoek wilt betrekken. Omdat je meestal niet iedereen in de populatie kunt ondervragen, trek je een steekproef. Bij een eerdere blog heb ik geschreven over hoe je het beste een steekproef kunt trekken. Hierin beschreef ik kort het verschil tussen een selecte en een aselecte steekproef. Hier zit een wezenlijk verschil in.
- Bij een aselecte steekproef heeft iedereen uit de onderzoekspopulatie een even grote kans om in de steekproef terecht te komen. Hiervoor zijn een aantal methoden mogelijk: Enkelvoudige aselecte steekproef: de loterijmethode, je kiest random een aantal respondenten. Dit kan handmatig of via een computer.
- Systematische steekproef met een random getal: je kiest dan random een getal en gaat met behulp van dit getal door je populatie , bijvoorbeeld respondent 20-120-220 etc.
- De cluster- of tros steekproeftrekking: de populatie wordt opgedeeld in een aantal clusters. En dan wordt er willekeurig een cluster gekozen.
- De quota steekproeftrekking: de aantallen respondenten zijn vooraf bekend per categorie (bv leeftijd), maar degene die de steekproef uitvoert kiest zelf de respondenten, tot het gewenste quota is bereikt.
Bij een selecte steekproef maakt niet iedereen kans om in de steekproef terecht te komen. De resultaten gelden enkel voor de onderzochte groep. Er zijn een aantal selecte steekproeven mogelijk:
- Een sneeuwbalsteekproeftrekking: Er wordt eerst met één persoon gesproken, er wordt gevraagd of diegene iemand kent die ook interessant is om te spreken. En zo ga je door tot de steekproef groot genoeg is. Let hierbij wel op dat je mensen met verschillende invalshoeken benaderd, anders is je steekproef niet bruikbaar. Deze gebruik je bij het afnemen van interviews.
- De gemakssteekproeftrekking: de onderzoeker benadert mensen uit eigen kring of uit de kring van collega’s tot de steekproef groot genoeg is. Deze manier van steekproef trekken is natuurlijk niet helemaal representatief, omdat de respondenten worden gekozen op onbelangrijke factoren (zou kennen).
- Gestratificeerde steekproef: je deelt de populatie in verschillende groepen. Van elke groep wordt een representatief aantal respondenten gekozen.
- De twee of meertrapssteekproeftrekking: er wordt eerst een steekproef getrokken uit een aantal hoofdcategorieën. Hierna worden uit de geselecteerde hoofdcategorieën een representatief aantal respondenten gekozen. Denk hierbij aan eerst een aantal steden kiezen en uit die steden een wijk en dan per wijk een straat. Deze methode is ook geen goede afspiegeling van de populatie.