Over inventarisatie-onderzoek is niet erg veel informatie te vinden. In deze blog beschrijven we in het kort wat inventarisatie-onderzoek nu eigenlijk is en wanneer het zinvol is om het in te zetten.

Wil je meer weten over de verschillende soorten onderzoek die in je in kunt zetten en waar je op moet letten bij de keuze van een onderzoeksmethode, lees dan de volgende blogs:

overzicht van verschillende onderzoeksmethoden
Waar let je op bij de keuze van een onderzoeksmethode?

Wat is een inventarisatie-onderzoek?

Met inventarisatie-onderzoek wordt de stand van zaken op een bepaald gebied in kaart gebracht. Het wordt vaak gezien als een soort vooronderzoek waarbij je eerst de situatie in beeld brengt voordat je start met het daadwerkelijke onderzoek. Ook wordt het ingezet om een bepaalde activiteit meer kans van slagen te geven doordat je vooraf informatie hebt verzameld. Inventarisatie-onderzoek valt onder descriptief (beschrijvend) of exploratief (verkennend) onderzoek.

Waarvoor wordt inventarisatie-onderzoek ingezet?

Voorbeelden van inventarisatie-onderzoek

Evaluatie Muziekcoöperatie Peize

Per 2019 heeft de gemeente Noordenveld de cultuursubsidie voor het dorp Peize uitbesteed aan de Muziekcoöperatie Peize. Dit eerste jaar is aangemerkt als experiment door de gemeente. Dit experiment loopt door in 2020. De gemeente heeft aangegeven het experiment te willen evalueren, om zo een besluit te kunnen nemen over de toekomst van het experiment. Om het experiment te evalueren worden er interviews gehouden met personen van het bestuurd van de Muziekcoöperatie, maar ook met aanvragers van de subsidie. Tevens wordt er met een jurist bekeken of de cultuursubsidie op een juiste wijze wordt beheerd.

Lees meer:

Evaluatie Cultuureducatie met Kwaliteit: Nieuwe Veste Breda

Nieuwe Veste in Breda is penvoerder voor het programma Cultuureducatie met Kwaliteit (CMK) en heeft het programma De Ontdekking ontworpen waarmee scholen zelf een cultuurprogramma op maat kunnen samenstellen. Nieuwe Veste wil het effect van het programma op het onderwijs meten en inzicht krijgen in het succes van de aanpassingen die in 2019 zijn doorgevoerd en verbeterpunten benoemen die in 2020 moeten leiden tot verbeteringen.
Om de impact van het programma De Ontdekking te meten en te verbeteren is er ingezet op kwalitatief onderzoek. Hiervoor maken we gebruik van bestaande data en verzamelen we nieuwe informatie middels telefonische interviews met een steekproef aan scholen uit het primair onderwijs en kinderdagverblijven. We ronden de meting af met een groepsgesprek met het onderwijs en culturele aanbieders om de uitkomsten van de meting te duiden: wat moet er worden gedaan met de resultaten.
Aan de hand van het onderzoek brengen we adviezen uit om De Ontdekking te verbeteren.

Lees meer:

Doelbereik BOI

Rijkswater staat wil inzicht in het doelbereik van het programma Boi, Beoordelings- en Ontwerp Instrumentarium primaire waterkeringen. Om inzicht in dit doelbereik te krijgen zijn de doelen meetbaar gemaakt. Vanuit hier zijn ondera andere  vragenlijsten ontworpen voor  verschillende groepen respondenten. Aan de hand van de verschillende meetinstrumenten wordt jaarlijks data verzameld en geanalyseerd om te rapporteren over de voortgang van het programma.  Met deze informatie worden verbeteringen  door gevoerd in het programma. Er wordt een visuele rapportage opgeleverd en een databestand waarmee het integraal projectmanagement team de resultaten kan bekijken en gebieden kunnen vergelijken.

Lees meer:

Een goed onderzoek voldoet aan een aantal criteria. Een aantal criteria hebben we al eerder besproken zoals betrouwbaarheid, onafhankelijk en objectief. Een ander belangrijk criteria is dat het onderzoek herhaalbaar moet zijn.

Het criteria herhaalbaarheid sluit erg aan op de criteria objectief en onafhankelijk. Een onderzoek is herhaalbaar als een andere onderzoeker met hetzelfde onderzoek dezelfde resultaten kan bereiken. Het onderzoek moet dus op een ander tijdstip, met andere respondenten, andere omstandigheden en door een andere onderzoeker gedaan kunnen worden. Het meetinstrument moet dus zo worden ontworpen dat iedereen er mee kan werken en dezelfde resultaten kan bereiken.

In je rapportage wordt een hoofdstuk geschreven over de onderzoeksmethodiek. Hierin wordt beschreven welke methodiek je hebt gebruikt voor het onderzoek. Je beschrijft in dit hoofdstuk ook welke stappen je hebt gezet om de data te verzamelen. Hiermee kan het onderzoek door anderen worden herhaald.

Creativiteit, ofwel creatief denken en handelen, is een van de 21st-century skills waar je tegenwoordig niet meer aan kunt ontkomen. Leerlingen in het onderwijs worden er al voor klaargestoomd, maar de vaardigheid is ook van groot belang in het bedrijfsleven. Iedereen is op een andere manier creatief: uitvoerend, bedenkend, oplossend, etc. Daardoor bestaan er verschillende creativiteitsprofielen. Hiermee weet je welk creatief vermogen je in huis hebt. Dat is fijn voor organisaties, omdat zij dan weten aan welke competenties gewerkt moet worden om de organisatie klaar te stomen voor de toekomst.

Wat is een creativiteitsprofiel?

Een creativiteitsprofiel geeft aan wat jouw sterke en minder sterke punten zijn op het vlak van creativiteit. In 2015 zijn de profielen samengesteld door het TNO[1]. Zij zijn afgeleid van een meetinstrument met de indicatoren nieuwsgierig, volhardend, vindingrijk, interacterend met anderen, output gericht, trots op werk, anders durven te zijn, richting, ruimte, ruggensteun. Lees hier meer over de profielen.

Waarom wil ik weten wat voor creativiteitsprofielen ik in huis heb?

Creatief denken en handelen zorgt ervoor dat je nieuwe en/of ongebruikelijke maar toepasbare ideeën voor bestaande vraagstukken vindt. Dit kan op allerlei vlakken: bijvoorbeeld via creatieve technieken, denken buiten de lijntjes, risico’s durven nemen, onderzoeken en leren van fouten. Wil je aan competenties werken, dan moet je eerst weten welke profielen je in je organisatie hebt. Vervolgens kun je bouwen aan je organisatie en creativiteit stimuleren.

Hoe kan ik creativiteitsprofielen in mijn bedrijf meten?

Sinds 2015 doe ik onderzoek naar creativiteit. Ik startte met een onderzoek voor de Stichting Cultuur Eindhoven waarbij we de creativiteit van leerlingen van groep 8 in beeld hebben gebracht en gevolgd. De scholen waar deze kinderen op zaten volgden verschillende programma’s met extra aandacht voor cultuureducatie of techniekeducatie. Download hier het onderzoeksrapport met de resultaten van de creativiteitsmetingen in het onderwijs Dezelfde manier van creativiteit meten kan gebruikt worden bij medewerkers en organisaties. Je kunt zo kijken in welk prototypisch profiel iemand valt en je krijgt tips waar diegene mee aan de slag kan om zijn creativiteit te vergroten. Door de creativiteit van alle medewerkers in een team, afdeling of organisatie in beeld te brengen, kun je zien of medewerkers elkaar aanvullen, welke onderdelen van creativiteit er ondervertegenwoordigd zijn, hoe je de beste teams samenstelt en waar je als team, afdeling of organisatie aan kunt werken om je organisatie klaar te stomen voor de toekomst.

Wil je hier meer informatie over? Neem dan contact met mij op en ik leg je uit hoe ik je kan helpen.


[1] Stubbé, H.E. Jetten, A.M. Paradies, G.L. en Veldhuis, G.J. (2015) Creatief Vermogen – de ontwikkeling van een meetinstrument voor leerlingen op school, TNO-Soesterberg

Ook bij kwalitatief onderzoek is het belangrijk om objectief te blijven. Dit kan heel lastig zijn als je in gesprek bent met respondenten. Het is echter belangrijk dat je je eigen mening voor je houdt. Ook al ben je het niet eens met de antwoorden die gegeven worden. Je mag ook niet sturen met de vragen die je stelt. Hoe zorg je ervoor dat je zo objectief mogelijk blijft?

  1. Wees bewust van wat je wilt meten. Maak van tevoren een interview protocol op basis van de onderzoeksvragen die je wilt beantwoorden.
  1. Stel de vragen zo objectief mogelijk op, geef geen sturing in je vragen. Dit lukt beter als je ze voor aanvang van je interviews opstelt.
  1. Kalibreer je meetinstrument: als een andere onderzoeker hetzelfde gesprek of observatie doet, moet deze hetzelfde meten.
  1. Wees consistent in je interpretatie, dus zorg ervoor dat je steeds op dezelfde manier interpreteert. Maak daarom aantekeningen tijdens het meten die een weergave zijn van wat er gezegd is. Je kunt hiervoor ook een geluidsopname maken van het interview en later uitwerken.
  1. Pas op voor je persoonlijke mening. Houd je zo goed mogelijk aan de feiten en theorieën. Blijf tijdens een interview neutraal (door bijvoorbeeld niet ‘mee te praten’ met de respondent). Als je voorbeelden moet noemen, benoem er dan een paar die van elkaar verschillen.
  1. Probeer tijdens het analyseren van je data elke keer te bedenken dat jouw mening er niet toe doet.
  1. Betrek anderen bij je onderzoek. Leg je conclusies aan iemand anders voor om na te gaan of de data op de juiste manier gemeten is en of de conclusies logisch zijn.

Eén van de onderzoeksmethodes die veel gebruikt wordt, is het houden van een interview. Het is belangrijk om dit goed voor te bereiden, zodat je de juiste informatie krijgt. Hieronder vind je 10 tips om goed beslagen ten ijs te komen.

10 tips

  1. Bedenk welke informatie je uit je interviews nodig hebt. Dit doe je door een analyseschema te maken. Hierin zet je je onderzoeksvragen. Bij elke onderzoeksvraag bedenk je interviewvragen die de onderzoeksvraag helpen te beantwoorden.
  1. Zet daarna de interviewvragen op een logische volgorde, zodat je een prettig en logisch gesprek hebt. Je interviewprotocol is nu klaar.
  1. Ga je interviewprotocol valideren. Je test je interviewprotocol om te kijken of het goed loopt, hoe lang het duurt en de geïnterviewde de vragen begrijpt. Pas eventueel het protocol aan.
  1. Maak afspraken met de personen die je wilt interviewen. Neem hiervoor ruim de tijd. Wanneer je op een dag iemand gaat benaderen, ga er niet van uit dat diegene de volgende dag tijd heeft voor je interview. Veelal zitten er drie weken tussen het benaderen van de persoon en het daadwerkelijke interview.
  2. Geef aan de geïnterviewde duidelijk aan hoe lang het interview gaat duren en waarom je het interview doet. Indien nodig, kun je ter voorbereiding de vragen mailen, zodat de geïnterviewde zich kan voorbereiden.
  3. Verdiep je in de persoon wie je gaat interviewen. Zorg er voor dat je iets weet over zijn/haar werk.
  4. Zorg dat je een rustige plek hebt om te interviewen, dat je elkaar goed kunt verstaan en dat er niet te veel omgevingsgeluiden zijn.
  5. Ga naar een plek die voor de geïnterviewde makkelijk is. Bijvoorbeeld bij zijn/haar werkplek. Maak het de geïnterviewde qua reizen zo gemakkelijk mogelijk.
  6. Zorg voor opnameapparatuur, zodat je het gesprek kunt opnemen. Aan de hand van de opname kun je straks je verslag gemakkelijk maken. Met de meeste mobiele telefoons kun je opnames maken. Zorg wel dat deze op stil staat tijdens het gesprek en je voldoende opslagruimte hebt.
  7. Neem een kleine attentie mee voor de geïnterviewde. Hiermee kun je de geïnterviewde bedanken voor de tijd en de hulp. Dit kan iets leuks zijn gerelateerd aan het onderwerp van je onderzoek, maar ook een reep chocolade of een bloemetje.

Meer informatie

Mocht je meer informatie willen over de onderzoeksmethode interview kijk dan naar een van deze blogs ‘Welke interviewmethoden zijn er en wanneer gebruik je ze?’ of ‘15 tips voor een goed interview’

De betrouwbaarheid van een onderzoek vertelt in hoeverre de bevindingen te vertalen zijn naar een groter geheel. Dus of de uitkomsten representatief zijn voor de gehele groep en niet alleen de bevraagden. Bij kwantitatief onderzoek gaat dat over aantallen: het betrouwbaarheidspercentage en de juiste steekproef van de onderzoekspopulatie. Lees hiervoor mijn blog Wat betekent betrouwbaarheid?

Bij kwalitatief onderzoek gaat betrouwbaarheid over het spreken van de juiste personen. Bij (groeps)interviews spreek je vaak met belangrijke spelers in het veld, deelnemers, samenwerkingspartners of andere belanghebbenden. Zorg dat je verschillende mensen spreekt met verschillende standpunten. Je moet je vraagstuk van verschillende kanten kunnen bekijken. Kies je gesprekspartners dus bewust.

Bij literatuurstudie is het belangrijk dat je in de volledige breedte kijkt naar de literatuur. Kijk naar verschillende standpunten en theorieën. Niet alleen theorieën die jouw standpunt onderbouwen, maar kijk ook naar criticasters.

Daarnaast is het vastleggen van je gegevens heel belangrijk. Maak verslagen van je gesprekken, zodat anderen terug kunnen lezen wat gezegd is. Houd bij een literatuurstudie je literatuurlijst goed bij.

Een intensievere manier van gegevens verzamelen is respondenten vragen een logboek of dagboek bij te houden. Deelnemers registreren in een schriftje of in een app hun daadwerkelijk gedrag. Denk hierbij aan een eetdagboek of beweegdagboek. In de sportsector maar ook door voedingsdeskundigen wordt deze onderzoeksmethode geregeld gebruikt. Op deze manier verzamel je diepgaande, gedetailleerde informatie over daadwerkelijk gedrag (zeker als je het vast laat leggen met foto’s) en mogelijk ook ervaringen van deelnemers. Geef duidelijk aan wat ze bijvoorbeeld dagelijks bij moeten houden en je krijgt kwantificeerbare data over daadwerkelijk gedrag. Je kunt hierbij handig gebruik maken van de smartphone die veel mensen hebben en bijvoorbeeld vragen elke dag een foto te maken van hun avondeten of hun creatieve uitingen. Met deze informatie kun je je project, programma of activiteit verbeteren.

Tips: 

Ericssonstraat 2
5121 ML  Rijen
Nederland
Claudia’s hart ligt bij onderzoek. Haar werkwijze is heel persoonlijk; ieder onderzoek vraagt tenslotte om maatwerk. Samen met de klant formuleert ze doelen, die ze vervolgens ook realiseert. Daarbij is ze volkomen transparant en deelt ze graag haar kennis en ervaring met anderen via haar laagdrempelige digitale cursussen en e-books.
© 2022 Claudia de Graauw. Alle rechten voorbehouden.
homeenvelopesmartphone