Evaluatie educatieprogramma Democratie en de Rechtsstaat

In schooljaar 2018-2019 heeft Provincie Flevoland het educatieprogramma Democratie en de Rechtsstaat opgezet, gericht op het basis-, voortgezet en beroepsonderwijs. Aanleiding was dat de provincie merkte dat de politiek en de overheid ver van jongeren af staan, zij weinig binding hebben met de provincie en weinig weten over de democratie, het politieke bestel en de rechtsstaat. In het programma Democratie en de Rechtsstaat hebben zij daarom allerlei soorten lessen opgezet die jongeren in aanraking brengen met de provinciale politiek en vormen van burgerschap.  Om te bepalen of het onderwijsprogramma een vervolg krijgt, hebben wij gemeten wat de effecten zijn geweest van het programma op het onderwijs, maar bovenal of er vanuit het onderwijs behoefte is dat de provincie onderwijsprogramma's aanbiedt. Daarvoor hebben we interviews afgelegd met docenten uit de verschillende vormen onderwijs, de programmamakers, Statenleden en de begeleidingscommissie. Naar aanleiding van deze gesprekken hebben we een rapportage kunnen uitbrengen die antwoorden en adviezen gaf op de vraag of het lesprogramma moet worden voortgezet. Daarnaast hebben we het programma intern geëvalueerd met Statenleden, organisatoren en uitvoerende partijen.

Lees meer:

Logo provincie flevoland

Evaluatie educatieprogramma Democratie en de Rechtsstaat

In schooljaar 2018-2019 heeft Provincie Flevoland het educatieprogramma Democratie en de Rechtsstaat opgezet, gericht op het basis-, voortgezet en beroepsonderwijs. Aanleiding was dat de provincie merkte dat de politiek en de overheid ver van jongeren af staan, zij weinig binding hebben met de provincie en weinig weten over de democratie, het politieke bestel en de rechtsstaat. In het programma Democratie en de Rechtsstaat hebben zij daarom allerlei soorten lessen opgezet die jongeren in aanraking brengen met de provinciale politiek en vormen van burgerschap.  Om te bepalen of het onderwijsprogramma een vervolg krijgt, hebben wij gemeten wat de effecten zijn geweest van het programma op het onderwijs, maar bovenal of er vanuit het onderwijs behoefte is dat de provincie onderwijsprogramma's aanbiedt. Daarvoor hebben we interviews afgelegd met docenten uit de verschillende vormen onderwijs, de programmamakers, Statenleden en de begeleidingscommissie. Naar aanleiding van deze gesprekken hebben we een rapportage kunnen uitbrengen die antwoorden en adviezen gaf op de vraag of het lesprogramma moet worden voortgezet. Daarnaast hebben we het programma intern geëvalueerd met Statenleden, organisatoren en uitvoerende partijen.

Lees meer:

Subsidiegevers (zoals de gemeente en fondsen) willen graag weten wat er met het geld gebeurd wat zij aan subsidienemers (zoals culturele organisaties) verstrekken. Wat heeft de subsidienemer bereikt, wat is de kwaliteit en wat hebben ze bijgedragen aan het gezamenlijk doel? Om dit in kaart te brengen moet een onderzoek uitgevoerd worden. Zo’n onderzoek (monitor of evaluatie) is zowel leerzaam voor de subsidiegever als de subsidienemer. Beide partijen leren over hun doelbereik en hoe ze dit kunnen vergroten.

De evaluatie of monitor kan door beide partijen gedaan worden of opdracht toe gegeven worden. Wat is een slimme keuze?

Als de subsidiegever het onderzoek verzorgt:

• Objectief: De subsidiegever kijkt vaak met een objectievere blik naar projecten dan de instelling zelf.
• Expertise: Subsidiegevers hebben meer middelen om expertise in te huren of hebben zelf experts in dienst.
• Medewerking: Organisaties voelen zich soms gecontroleerd bij zo’n monitor en kunnen daarom minder bereid zijn mee te werken.
• Vergelijking: Het is mogelijk om naar meer projecten en subsidienemers te kijken en zo een vergelijking te maken. Dit kan heel leerzaam zijn: wat werkt en waarom bij de ene wel en bij de andere niet?

Subsidienemer:

• Inzicht in eigen project: De subsidienemer is degene die de projecten heeft ontwikkeld en is dus ook degene met de meeste inzicht in die projecten.
• Oppassen voor subjectiviteit: Omdat subsidienemers zo dicht bij hun eigen projecten staan, is het belangrijk dat het onderzoek niet te subjectief wordt.
• Zelf uitvoeren: Omdat subsidienemers het onderzoek vaak zelf doen, kan het zijn dat het minder professioneel wordt uitgevoerd dan als een derde partij het doet.
• Vergelijking: Ook hier is het mogelijk om naar andere projecten en subsidienemers te kijken en een vergelijking te maken. Zo kunnen subsidienemers van elkaar leren en erachter komen wat wel en niet werkt.

Ontwikkeling van creativiteit & cultuureducatie in digitale cultuur

Eindhoven is het centrum van de digitale creatieve industrie. Helaas kent deze industrie nauwelijks projecten op het gebied van cultuureducatie en jong talentontwikkeling. Pareltjes van de industrie worden minimaal opgeschaald naar landelijk niveau. Stichting Cultuur Eindhoven wil daar verandering in brengen. Tijdens het project ‘Reünie 2032’ van de Ontdekfabriek schrijven en ontwikkelen groepen 8 hun eigen eindmusical. Dit wordt gedaan onder begeleiding van professionals.

Wij doen onderzoek om inzicht te krijgen in de creativiteitsontwikkeling van leerlingen van deze groepen 8. Hiervoor observeren wij de groepen 8 tijdens het project, gaan we in gesprek met leerlingen en leerkrachten en vullen zij vragenlijsten in. De deelnemende groepen vergelijken we met andere groepen 8, waar andere (Cultuureducatie met Kwaliteit en Cultuur&Ik) of geen cultuurontwikkelingstrajecten lopen.

Het tweede doel van het onderzoek is het inhoudelijk voeden van een leerlijn of methodiek op het gebied van digitaal design op de basisschool. Hiervoor doen wij een bureaustudie en praten we met experts op het gebied van technologie, design en onderwijs.

De data voor deze twee doelen worden gebruikt om het proces en ontwikkeling van Reünie 2032 te voeden tijdens het eerste pilotjaar.

De resultaten worden gebruikt om mogelijkheden, kansen en adviezen weer te geven over cultuureducatie in digitale cultuur op de basisschool. Net zoals manieren om projecten zoals Reünie 2032 op te schalen komen.

Lees meer:

Landelijke monitor cultuureducatie met kwaliteit (primair onderwijs)

Het Fonds voor Cultuurparticipatie wil samen met het ministerie van OCW graag weten wat de landelijke stand is van zaken rondom cultuureducatie in het primair onderwijs. Ze willen inzicht in het effect van de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit, die zijn tweede periode ingaat (2017-2020). Wij voeren deze landelijke monitor samen met ResearchNed uit. De regeling Cultuureducatie met Kwaliteit is opgezet om binnenschoolse cultuureducatie te verbeteren. Culturele instellingen (penvoerders) worden aan basisscholen gekoppeld met het doel de cultuureducatie op die scholen te verbeteren door visieontwikkeling, invoering en verbetering van doorgaande leerlijnen, deskundigheidsbevordering van groepsleerkrachten en duurzame samenwerking met de culturele en sociale omgeving. In de monitor wordt ook gekeken naar andere subsidieregelingen binnen het programma Cultuureducatie met Kwaliteit, zoals de Impuls muziekonderwijs. Basisscholen door het hele land worden indien mogelijk met behulp van de penvoerders benaderd. Wij vragen ze twee keer een vragenlijst in te vullen om de stand van zaken met betrekking tot cultuureducatie op de school te achterhalen. Hierdoor wordt een landelijk beeld van de situatie geschetst. Door te kijken naar de verschillende regelingen waar een school aan meedoet en de ontwikkeling in tijd te bekijken, kunnen de effecten van deze regelingen gedestilleerd worden.

Lees meer:

Regelmatig hoor ik van beleidsmedewerkers en andere professionals dat ze een onderzoek hebben laten doen, maar er niets aan hebben gehad. Meestal omdat de onderzoeksresultaten zo onbegrijpelijk zijn opgeschreven, je verdwaald in de hoeveelheid informatie en details, vervolgacties onduidelijk zijn en soms zelfs omdat de verkeerde informatie verzameld is. Jammer van de energie die je er in hebt gestopt en het geld dat het heeft gekost.

Als je een onderzoeksbureau inschakelt, dan wil je wel zeker weten dat je aan het eind van de rit alle relevante informatie boven tafel hebt. Het is dus zaak dat jij het bureau zo aanstuurt, dat je krijgt wat je nodig hebt. Daarom geef ik graag een paar tips voor uitbesteed onderzoek begeleiden:

Steeds vaker zie ik dat het sportbeleid van een gemeente wordt bepaald in samenspraak met de burgers. Waar voorheen het sportbeleid alleen werd afgestemd met de sportorganisaties en samenwerkingspartners, is het nu steeds meer gericht op de behoeften van de eindgebruiker, de mensen die in de gemeente wonen en sporten. Het sportbeleid verschuift dan van aanbodgericht naar vraaggericht.

Door vraaggericht te werken worden burgers betrokken bij het maken en uitvoeren van het beleid. Niemand weet tenslotte beter aan welke activiteiten er behoefte is dan de mensen binnen de gemeente. Om het beleid vraag gestuurd in te richten, is het wel belangrijk dat de doelen van het sportbeleid vraaggericht zijn. En om vanuit deze doelen aan de slag te gaan.

Een voorbeeld van vraaggericht sportbeleid met vraaggerichte doelen kwam ik tegen tijdens de conferentie ‘De beweegkracht van sport & cultuur’ van LKCA. Dit is het programma CityTrainer van de gemeente ’s-Hertogenbosch. De methode CityTrainer is een samenwerking tussen het jongerenwerk, sport en cultuur. Hierbij wordt gekeken welke talenten er in de stad rondlopen en helpt hen om hun creatieve, sportieve, organisatorische en sociale talenten aan te scherpen en in te zetten voor de gemeente. Het doel van dit beleid is dat burgers vanuit zijn/haar intrinsieke motivatie bijdragen aan een creatieve, sportieve en sociale stad.

Bijzonder aan deze methode is dat minder vanuit bestaand aanbod wordt geredeneerd, maar meer vanuit de mensen in de gemeente. Wat willen zij en wat is hun behoefte? De beleidsdoelen zijn hierop afgestemd. Vervolgens wordt samen met hen een aanbod ontwikkeld.

Van aanbodgericht naar vraaggericht beleid vraagt dus om (nieuwe) beleidsdoelen die deze manier van werken ondersteunen. Deze vraaggerichte doelen geeft beleidsmakers handvatten om weloverwogen aan de slag te gaan met het maken en afstemmen van het beleid met de eindgebruikers.

Hulp nodig bij het formuleren van vraaggerichte doelen? Ik kan je hierbij helpen. Neem gerust contact op voor een (vrijblijvende) afspraak.

Advies monevabeleid voor Cultuureducatie met Kwaliteit

Voor de nieuwe periode (2017-2020) wilde het Fonds voor Cultuurparticipatie graag een afgestemd monitor- en evaluatie-instrument voor de vier regelingen binnen het programma Cultuureducatie met Kwaliteit. Het fonds heeft ons gevraagd om een nieuwe moneva te ontwerpen, dan wel de bestaande moneva aan te passen. Het ging om de monitoring van vier regelingen, namelijk:

Matchingsregeling gemeenten en provincies
Impuls Muziekonderwijs
Professionalisering Cultuuronderwijs PO
Cultuureducatie in het VMBO Om te komen tot een advies voor de moneva in de periode 2017-2020 werden de huidige moneva-instrumenten bestudeerd om te kijken wat er is gedaan en hoe dit is aangepakt. Dit deden we aan de hand van een analysekader. Daarnaast zijn bijeenkomsten met het betrokken team bij het fonds georganiseerd om te kijken wat het team heeft gedaan met de huidige moneva en hoe zij deze heeft ervaren. Met deze informatie én met de informatie uit het onderzoek naar de individuele moneva van de penvoerders stelden we een moneva samen voor elke regeling.  Het doel van de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit is om de kwaliteit van cultuureducatie in het primair onderwijs te verbeteren zodat het een vaste plek krijgt in het curriculum van de scholen. Dit doet het fonds onder andere door 54 meerjarige programma’s, verspreid over het hele land te ondersteunen waarbij scholen en culturele instellingen samen werken aan Cultuureducatie met Kwaliteit.

Lees meer:

Advies effectmeting Cultuureducatie met Kwaliteit 2017-2020

Het Fonds voor Cultuurparticipatie heeft voor de periode 2017-2020 een vervolg op de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit geformuleerd. Om beter zicht te krijgen op de effecten van de regeling wil het fonds voor deze nieuwe periode de monitoring van de penvoerders gebruiken voor haar eigen landelijke monitoring en evaluatie. Hiervoor moeten indicatoren komen die door alle penvoerders gemeten worden. Het fonds heeft ons gevraagd om op zoek te gaan naar gezamenlijke indicatoren, de haalbaarheid voor penvoerders om dit te integreren in hun monitoring en hoe ze dat zouden moeten doen (aan welke criteria moet hun monitoring dan voldoen).

Om dit te achterhalen bestuderen we de monitoring van vijftien penvoerders (steekproef) van de huidige regeling Cultuureducatie met Kwaliteit (2013-2016). Dit doen we aan de hand van een analysekader. Daarnaast gaan we in gesprek met penvoerders om te praten over hun aanpak met betrekking tot de monitoring en vragen we hen naar de haalbaarheid om een landelijke monitor te integreren. Dit doen we aan de hand van individuele interviews met tien van de vijftien penvoerders waarvan de moneva is bestudeerd.

De resultaten uit de bestudeerde moneva’s en de interviews worden in een beknopt rapport beschreven met een advies welke indicatoren en FCP op kan nemen in de monitoringseisen. Om deze indicatoren te kunnen meten is ook een vragenlijst geformuleerd die de penvoerders af kunnen nemen bij de scholen om deze indicatoren te meten. Ook staat in dit advies aan welke criteria de monitoring van de penvoerders moet voldoen.

[elementor-template id="6009"]

Lees meer:

Vitaliteit cultuursysteem in Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant wil graag weten hoe vitaal de culturele infrastructuur is om beleid aan te kunnen scherpen. Het Pon heeft ons gevraagd te helpen bij dit onderzoek naar de vitaliteit van de cultuursystemen in Noord-Brabant.

Op verzoek van de provincie is het cultuursysteem per discipline weergegeven in een piramide model. De piramide deelt het cultuursysteem op in acht lagen, van de top: professionals met (inter-)nationale erkenning via talentontwikkeling naar amateurkunst en cultuureducatie. Elke laag in de piramide is beoordeeld op een aantal indicatoren, waaronder aanwezigheid van voorzieningen, omvang, bereik en relaties binnen de keten.

Om inzicht te krijgen in de opbouw van de piramides per discipline zijn negen groepsgesprekken gevoerd met experts van de zeven disciplines en enkele aanvullende individuele gesprekken. Ook is er gebruik gemaakt van bestaande bronnen (eerdere onderzoeken, cijfers van CBS)  als ondersteunende data.
Met dit onderzoek kan de provincie weloverwogen beslissingen nemen over de in te zetten middelen en beter aan instellingen en Brabantse burgers verantwoorden.

Lees meer:

Ericssonstraat 2
5121 ML  Rijen
Nederland
Claudia’s hart ligt bij onderzoek. Haar werkwijze is heel persoonlijk; ieder onderzoek vraagt tenslotte om maatwerk. Samen met de klant formuleert ze doelen, die ze vervolgens ook realiseert. Daarbij is ze volkomen transparant en deelt ze graag haar kennis en ervaring met anderen via haar laagdrempelige digitale cursussen en e-books.
© 2022 Claudia de Graauw. Alle rechten voorbehouden.
homeenvelopesmartphone