Creativiteit, ofwel creatief denken en handelen, is een van de 21st-century skills waar je tegenwoordig niet meer aan kunt ontkomen. Leerlingen in het onderwijs worden er al voor klaargestoomd, maar de vaardigheid is ook van groot belang in het bedrijfsleven. Iedereen is op een andere manier creatief: uitvoerend, bedenkend, oplossend, etc. Daardoor bestaan er verschillende creativiteitsprofielen. Hiermee weet je welk creatief vermogen je in huis hebt. Dat is fijn voor organisaties, omdat zij dan weten aan welke competenties gewerkt moet worden om de organisatie klaar te stomen voor de toekomst.

Wat is een creativiteitsprofiel?

Een creativiteitsprofiel geeft aan wat jouw sterke en minder sterke punten zijn op het vlak van creativiteit. In 2015 zijn de profielen samengesteld door het TNO[1]. Zij zijn afgeleid van een meetinstrument met de indicatoren nieuwsgierig, volhardend, vindingrijk, interacterend met anderen, output gericht, trots op werk, anders durven te zijn, richting, ruimte, ruggensteun. Lees hier meer over de profielen.

Waarom wil ik weten wat voor creativiteitsprofielen ik in huis heb?

Creatief denken en handelen zorgt ervoor dat je nieuwe en/of ongebruikelijke maar toepasbare ideeën voor bestaande vraagstukken vindt. Dit kan op allerlei vlakken: bijvoorbeeld via creatieve technieken, denken buiten de lijntjes, risico’s durven nemen, onderzoeken en leren van fouten. Wil je aan competenties werken, dan moet je eerst weten welke profielen je in je organisatie hebt. Vervolgens kun je bouwen aan je organisatie en creativiteit stimuleren.

Hoe kan ik creativiteitsprofielen in mijn bedrijf meten?

Sinds 2015 doe ik onderzoek naar creativiteit. Ik startte met een onderzoek voor de Stichting Cultuur Eindhoven waarbij we de creativiteit van leerlingen van groep 8 in beeld hebben gebracht en gevolgd. De scholen waar deze kinderen op zaten volgden verschillende programma’s met extra aandacht voor cultuureducatie of techniekeducatie. Download hier het onderzoeksrapport met de resultaten van de creativiteitsmetingen in het onderwijs Dezelfde manier van creativiteit meten kan gebruikt worden bij medewerkers en organisaties. Je kunt zo kijken in welk prototypisch profiel iemand valt en je krijgt tips waar diegene mee aan de slag kan om zijn creativiteit te vergroten. Door de creativiteit van alle medewerkers in een team, afdeling of organisatie in beeld te brengen, kun je zien of medewerkers elkaar aanvullen, welke onderdelen van creativiteit er ondervertegenwoordigd zijn, hoe je de beste teams samenstelt en waar je als team, afdeling of organisatie aan kunt werken om je organisatie klaar te stomen voor de toekomst.

Wil je hier meer informatie over? Neem dan contact met mij op en ik leg je uit hoe ik je kan helpen.


[1] Stubbé, H.E. Jetten, A.M. Paradies, G.L. en Veldhuis, G.J. (2015) Creatief Vermogen – de ontwikkeling van een meetinstrument voor leerlingen op school, TNO-Soesterberg

Wil je de potentie van je project of organisatie vergroten? Maak dan een SWOT analyse waarbij je een overzicht maakt van de kansen, bedreigingen, sterktes en zwaktes van jouw project of organisatie. Aan de hand van deze punten kun je je project of organisatie versterken.

Wat is een SWOT analyse en wanneer pas je deze toe?

Een SWOT analyse (ook wel sterkte-zwakteanalyse genoemd) is van oorsprong een bedrijfskundig instrument dat je gebruikt om intern de sterktes en zwaktes en extern de kansen en bedreigingen van een organisatie of project in kaart te brengen. Binnen de bedrijfskunde wordt een SWOT analyse vaak gemaakt als onderdeel van een ondernemersplan of om de markpositie van een bedrijf te bepalen. Op basis van de uitkomsten van de analyse kun je als bedrijf vervolgens een passende strategie bepalen.

Je kunt het instrument daarnaast ook gebruiken om kritisch naar je project te kijken door de huidige stand van zaken binnen een project inzichtelijk te maken. Ga je op dezelfde koers verder of is het beter om eerst wijzigingen door te voeren?

Opbouw van een SWOT-analyse

Bij het opstellen van een sterkte-zwakteanalyse, doorloop je een aantal stappen waardoor je inzicht krijgt in de potentie van een project of organisatie. Deze stappen zijn:

1. Sterke en zwakke punten

Breng zowel de sterke als zwakke punten van je organisatie of project in kaart. Hierbij kijk je naar de interne elementen. Vragen die je bijvoorbeeld kan stellen zijn:

 2. Kansen en bedreigingen

Maak een overzicht van de ontwikkelingen, gebeurtenissen en invloeden waar je project of organisatie mee te maken kan krijgen. Dit zijn de externe elementen. Vragen die je hierbij kunnen helpen zijn:

 3. Confrontatiematrix

Als je zowel de externe als interne elementen in kaart hebt gebracht, ga je ze tegenover elkaar zetten in een confrontatiematrix (zie onderstaande afbeelding). De sterktes en zwaktes zet je in de bovenste rij en de kansen en bedreigingen in de onderste rij. Wanneer je dit gedaan hebt maak je een overzicht van de meest belangrijke kwesties.

 4. Strategieën

Ten slotte ga je de belangrijke kwesties omzetten in een strategie voor je project of organisatie. Zorg ervoor dat je gestelde doelen realistisch en haalbaar zijn zodat je er gelijk mee aan de slag kan.

Wil je meer weten over het evalueren van je project? Lees dan ook de blog: evalueren om je project te verbeteren.

Steeds vaker zie ik dat het sportbeleid van een gemeente wordt bepaald in samenspraak met de burgers. Waar voorheen het sportbeleid alleen werd afgestemd met de sportorganisaties en samenwerkingspartners, is het nu steeds meer gericht op de behoeften van de eindgebruiker, de mensen die in de gemeente wonen en sporten. Het sportbeleid verschuift dan van aanbodgericht naar vraaggericht.

Door vraaggericht te werken worden burgers betrokken bij het maken en uitvoeren van het beleid. Niemand weet tenslotte beter aan welke activiteiten er behoefte is dan de mensen binnen de gemeente. Om het beleid vraag gestuurd in te richten, is het wel belangrijk dat de doelen van het sportbeleid vraaggericht zijn. En om vanuit deze doelen aan de slag te gaan.

Een voorbeeld van vraaggericht sportbeleid met vraaggerichte doelen kwam ik tegen tijdens de conferentie ‘De beweegkracht van sport & cultuur’ van LKCA. Dit is het programma CityTrainer van de gemeente ’s-Hertogenbosch. De methode CityTrainer is een samenwerking tussen het jongerenwerk, sport en cultuur. Hierbij wordt gekeken welke talenten er in de stad rondlopen en helpt hen om hun creatieve, sportieve, organisatorische en sociale talenten aan te scherpen en in te zetten voor de gemeente. Het doel van dit beleid is dat burgers vanuit zijn/haar intrinsieke motivatie bijdragen aan een creatieve, sportieve en sociale stad.

Bijzonder aan deze methode is dat minder vanuit bestaand aanbod wordt geredeneerd, maar meer vanuit de mensen in de gemeente. Wat willen zij en wat is hun behoefte? De beleidsdoelen zijn hierop afgestemd. Vervolgens wordt samen met hen een aanbod ontwikkeld.

Van aanbodgericht naar vraaggericht beleid vraagt dus om (nieuwe) beleidsdoelen die deze manier van werken ondersteunen. Deze vraaggerichte doelen geeft beleidsmakers handvatten om weloverwogen aan de slag te gaan met het maken en afstemmen van het beleid met de eindgebruikers.

Hulp nodig bij het formuleren van vraaggerichte doelen? Ik kan je hierbij helpen. Neem gerust contact op voor een (vrijblijvende) afspraak.

Gemeenten werken steeds vaker samen met kunstenaars of culturele ondernemers om culturele initiatieven op te zetten om maatschappelijke en sociale doelen die de gemeente heeft te bereiken. Zo’n samenwerking kan mooie initiatieven voortbrengen, maar verloopt (nog) niet altijd even vlekkeloos. Een aantal dingen waar je als gemeente (en als kunstenaar) rekening mee moet houden tijdens een samenwerking:

Doelbereik monitoren en evalueren

De Noord Oost Brabantse Bibliotheken (NOBB) wilde graag op een andere manier verantwoorden. Zij wilden bij hun verantwoording graag meer de nadruk leggen op hun eigen doelbereik én op het bereik van de doelen die de gemeente heeft met de subsidieverstrekking aan de bibliotheek. Het gaat dan niet over het aantal bibliotheekbezoekers en uitleningen, maar over wat de activiteiten van de bibliotheek teweeg brengen in de samenleving: Inwoners laten uitgaan van de eigen kracht, sturen op zelfredzaamheid en de vrije tijdsbesteding van inwoners aan kunst & cultuur vergroten.
Samen met NOBB en de gemeente Veghel ontwierp ik een monitor- en evaluatieinstrument die inzicht geeft in het bereik van deze doelen. Zowel de bibliotheken als de gemeente hebben aangegeven welke doelen zij wilden bereiken. Op basis van deze input maakte ik een meetinstrument, waarmee de bibliotheek data gingen verzamelen.

De uitkomsten konden door de bibliotheek worden gebruikt bij de verantwoording naar de gemeente, maar ook om hun activiteiten te verbeteren om hun eigen doelen te bereiken: zelfredzaamheid van burger, de vrije tijdsbesteding van inwoners aan kunst, cultuur, recreatie en toerisme vergroten en kennistoename bij burgers.

Lees meer:

Er zijn verschillende instrumenten die je kunt inzetten om informatie te verzamelen voor het beantwoorden van je onderzoeksvraag. Je kunt bijvoorbeeld een (digitale- of hard copy) vragenlijst uitzetten, individuele – of groepsinterviews houden, gebruik maken van een klankbordgroep of een literatuurstudie doen. Welk instrument je kiest is echter afhankelijk van je informatiebehoefte. Een vragenlijst is bijvoorbeeld niet handig als je achterliggende motieven wilt weten, je kunt dan beter een interview houden. Een interview is juist niet handig als informatie nodig hebt van een grote groep mensen.

Een aantal tips om de geschikte onderzoeksmethode te kiezen:

  1. Denk goed na over wat je wilt weten: Wat is het doel van het onderzoek? En waarom is het belangrijk om dit te weten? Wil je bijvoorbeeld je programma verbeteren? Of wil je je project legitimeren voor subsidiegevers of andere externe partners? Of heb je een ander doel?
  2. Wat is je informatiebehoefte: Welke informatie heb je nodig om de onderzoeksvraag te beantwoorden. Wil je graag verbeterpunten voor een project of programma? Wil je weten wat de effecten zijn van je activiteiten? Gaat het om kenmerken, wensen en behoeften van de doelgroep?
  3. Formuleer een concrete onderzoeksvraag. Bereik je bij het beantwoorden van deze vraag je onderzoeksdoel?
  4. Zorg voor afbakening in je onderzoeksvraag. Gaat het bijvoorbeeld om een specifieke doelgroep (jongeren of leerlingen van het primair onderwijs, 65-plussers)?
  5. Bedenk per onderdeel van je informatiebehoefte welke informatie je al hebt en welke je moet gaan verzamelen.
  6. Waar kun je de informatie die je nog niet bezit vinden? Bij wie moet je zijn om aan deze informatie te komen (bezoekers, leden, burgers, klanten, medewerkers, leerlingen, scholen etc.)
  7. Bedenk hoe je de groepen of individuen waarvan je informatie nodig hebt het beste kunt benaderen (interview, groepsinterview, vragenlijst, social media, etc.)

Als je per onderdeel van je informatiebehoefte hebt bekeken of het nieuwe of bestaande informatie is, wie je gaat onderzoeken en hoe, dan heb je een overzicht van de te ontwikkelen meetinstrumenten  met daarbij de geschikte onderzoeksmethode.

Monitor doelbereik

Continue inzicht in uw doelbereik

Monitoren op je missie

Een monitor systeem speciaal voor organisaties met een missie. Hiermee kunnen organisaties gestructureerd hun doelen bereiken en hun missie verwezenlijken. Een monitor geeft antwoord op vragen zoals: Ben je op het goede spoor? Dragen je activiteiten bij aan je doel? Wat gaat goed? Wat kan beter? Door te monitoren houd je zicht op je doelbereik. Zo weet je welke stappen je moet zetten om je doel te bereiken en bereik je je doel efficiënter.

Monitoren: dat klinkt heel omslachtig en arbeidsintensief. Maar dat hoeft het niet te zijn. Je kunt een project vaak prima zelf monitoren als je de juiste instrumenten en informatie hebt. Wij helpen je hierbij!

Het resultaat                             

We leveren maatwerk. Samen gaan we aan de slag met het in kaart brengen van de doelen die je hebt voor jouw organisatie. We zetten hiermee een stip op de horizon waar je gestructureerd naar toe wilt gaan werken. We kijken hierbij wat je op de lange termijn wilt bereiken en formuleren dit concreet. Vervolgens zetten we een monitorsysteem voor je op dat past bij de geformuleerde doelen en jouw organisatie. Met dit monitor systeem kun je gericht groeien en bewegen naar die stip op de horizon.

Het monitor systeem bevat een kwartaalrapportage. Uit deze kwartaalrapportage volgt het plan voor het komend kwartaal met concrete actiepunten. De rapportage wordt op zo’n manier vormgegeven dat het gemakkelijk is gebruik.

 

[elementor-template id="6009"]

Lees meer:

Als je een onderzoek gaat uitvoeren is het belangrijk om de juiste onderzoeksvraag de formuleren. Het doel van het onderzoek en de onderzoeksvraag geven namelijk aan hoe de verdere opzet van het onderzoek eruit zal zien. Een goede onderzoeksvraag zorgt ervoor dat je aan het eind van het onderzoek de juiste informatie in handen hebt waarmee je daadwerkelijk iets kunt. De juiste onderzoeksvraag formuleer je in vijf stappen:

Stap 1: Waarom onderzoeken?

De eerste stap om tot een juiste onderzoeksvraag te komen is het beantwoorden van de vraag ‘waarom ga je onderzoeken, evalueren of monitoren?’ Het beantwoorden van deze vraag geeft je een beeld van het soort onderzoeksvraag dat je gaat stellen, welke informatie je nodig hebt en welke antwoorden je nodig hebt. Wil je een project verbeteren of wil je je project verantwoorden? Bij beide doelen ga je evalueren, maar de antwoorden die je na afloop wilt zijn heel anders. Verbeterpunten versus aangetoonde effecten.

Stap 2: Welke informatie heb je nodig?

Aan de hand van je doel (stap 1) kun je bepalen welke informatie je nodig hebt om aan dit doel te voldoen. Wat moet je weten om je doel te bereiken? Wil je doelbereik verbeteren? Dan heb je informatie nodig in de vorm van verbeterpunten (wat gaat er goed en wat kan beter?) Is het doel om je project te legitimeren voor financierders? Dan heb je informatie nodig in de vorm van effecten van het project. Wil je een betere afstemming met de doelgroep en is dit het doel van je onderzoek? Dan heb je informatie nodig in de vorm van kenmerken, wensen en behoeften van de doelgroep. Stel jezelf steeds de vraag; wat ga ik straks doen met deze informatie? Hiermee kun je prioriteiten aanbrengen.

Stap 3: Onderzoeksvraag formuleren

Aan de hand van je onderzoeksdoel en de concrete beschrijving van je informatiebehoefte kun je onderzoeksvragen gaan stellen. Formuleer deze vraag zo exact mogelijk. Bedenk bij het formuleren van de vragen dat jijzelf of een onderzoeker straks antwoord gaat geven op deze vragen. Dus bereik je je onderzoeksdoel en kun je vervolgactie ondernemen als je antwoord krijgt op deze vragen?

Stap 4: Randvoorwaarden

Aan het onderzoek kunnen verschillende randvoorwaarden verbonden worden. Het is belangrijk om hier in de fase van het formuleren van de onderzoeksvraag al inzicht in te krijgen. Randvoorwaarden waar je rekening mee moet houden zijn bijvoorbeeld tijd, budget, beschikbaarheid van bepaalde data etc.

Stap 5: Hoe ziet het eindresultaat eruit?

Onderzoeksresultaten kunnen in verschillende vormen opgeleverd worden. Digitaal, fysiek, een rapport, een factsheet, een boek, een filmpje, een artikel, een discussiebijeenkomst, een presentatie, een website, een powerpointpresentatie, een infographic, een animatie, een tijdschrift, een flyer, etc. En wat wordt daarin gecommuniceerd? Effecten, argumenten of verbeterpunten. Maak een voorstelling van wat je op het einde van het onderzoek zou willen krijgen en of je daar je voorgenomen actie mee kunt ondernemen (anderen overtuigen, beleid of activiteiten verbeteren, een beslissing nemen).

English flag Click on the flag to read this article in English

Ik zie steeds vaker de wens vanuit gemeenten dat zij willen dat verschillende organisaties binnen de gemeente samen gaan werken (discipline-overstijgend). Denk aan sportverenigingen en scholen, culturele organisaties en welzijnsorganisaties, de verenigingen onderling en allerlei andere combinaties. Heel logisch omdat zij allen bijdragen aan doelen van de gemeente. Maar samenwerken omdat de gemeente vindt dat het moet, werkt helaas niet. Maar wat werkt wel?

  1. Een gezamenlijk doel: Samenwerken werkt alleen als je samen een gezamenlijk doel hebt en daaraan samen werkt. Dit kan bijvoorbeeld het werven van meer leden zijn als sport en culturele verenigingen samen gaan werken, of kinderen kennis laten maken met een bepaalde sport als het gaat om scholen en sportverenigingen, of jongeren iets bieden middels een filmproject als het gaat om welzijnswerk en culturele organisaties.
  2. Je moet elkaar kennen en weten wat bij de ander speelt. Er zijn veel manieren om kennis te maken. Denk hierbij aan een beursvloer, een vuurkorfsessie, speeddaten, marktplaats of een gezamenlijke brainstormsessie. Voor meer uitleg hierover, kun je binnenkort mijn blog ‘Manieren om elkaar te ontmoeten’ lezen.
  3. Samenwerken door te doen: Ten slotte moet je het gewoon doen als je een gezamenlijk probleem gaat oplossen of samen een gezamenlijk doel hebt. Als je eenmaal een keer samengewerkt hebt, ken je elkaar en zoek je elkaar de volgende keer gemakkelijker op. Mocht je wel willen samenwerken, maar nog geen gezamenlijk doel hebben, kun je ook samenwerken door medewerkers van plek te laten ruilen, bijvoorbeeld een dag per week voor een paar maanden.

Wat kan de gemeente doen om discipline-overstijgend samenwerking op gang te brengen? De gemeente kan de samenwerking wel faciliteren door bijvoorbeeld een beursvloer te organiseren waarop de verschillende partijen elkaar leren kennen en gezamenlijke problemen en doelen kunnen formuleren. Maar ook door een budget beschikbaar te stellen voor bijvoorbeeld gezamenlijk publiciteit, gezamenlijke materialen of een gezamenlijk evenement.

Een leuk voorbeeld van samenwerkende verenigingen vanuit verschillende disciplines (sport en cultuur) is Symphonica in sporto in de gemeente Vlieringsbeek-Groeningen.

Het stellen van doelen leidt tot succes. Maar waarom is dat zo? Doelen:

  1. Zetten je in beweging. Doelen geven aan welke stappen je moet zetten. Zonder doelen, weet je niet waar je naartoe gaat, je kan dus alle kanten op gaan. Heb je je doel bepaald, dan kun je daar gericht/bewust naar toe bewegen. Doelen zijn de brandstof die ervoor zorgen dat je in beweging blijft.
  1. Geven je visie voor de lange termijn. Het stellen van doelen geeft je duidelijkheid over wat je uiteindelijk wilt. Het zorgt ervoor dat je de tijd, energie en inspanningen investeert in de dingen die echt belangrijk zijn voor de organisatie.
  1. Zorgen voor focus. Ze geven je een centraal punt om je aandacht op te richten. Een doel kun je zien als een trechter die je aandacht volledig op het te bereiken eindpunt richt.
  1. Zorgen voor motivatie. Je doelen geven weer waar je als organisatie echt naartoe wilt. Het zijn pijlers die je motiveren. Als er momenten zijn wanneer werknemers hun motivatie verliezen, dan is het verstandig om ze te wijzen op de doelen. Het geeft een kick als je iets graag wilt en dingen in de juiste richting bewegen.
  1. Helpen je organiseren en prioriteiten te bepalen. Doelen geven richting, waardoor je bezig bent met activiteiten die je verder helpen om het doel te bereiken en waardoor je activiteiten die geen rol spelen kan laten liggen.
  1. Helpen je om je capaciteiten beter te benutten. Je gaat je kennis en vaardigheden beter benutten omdat je gericht ergens mee bezig bent.
  1. Zorgen ervoor dat je verantwoording neemt. Je wordt nu verplicht om actie te ondernemen. Het instellen van een specifiek doel geeft je duidelijkheid over de vraag hoe je werk invulling wilt geven.
  1. Helpen je het maximale uit je te halen, je zelfvertrouwen groeit. Je gaat je tijd beter benutten, je gaat bij alles nadenken of je het wel of niet moet doen, je gaat meer nee zeggen tegen klussen en werkzaamheden die niet in het teken van je doel staan.

Zet de SFP (Self Fulfilling Prophecy) in werking. Wanneer je het einddoel zo helder mogelijk visualiseert dan pikt je brein dat op en gaat het herkennen als de waarheid.

Meer informatie over het formuleren van doelen: lees mijn blogs over PIARDRSMSMARTRUMBA en PRISMA.

Ik heb dit onder andere gedaan bij de gemeente Middelburg.

Ericssonstraat 2
5121 ML  Rijen
Nederland
Claudia’s hart ligt bij onderzoek. Haar werkwijze is heel persoonlijk; ieder onderzoek vraagt tenslotte om maatwerk. Samen met de klant formuleert ze doelen, die ze vervolgens ook realiseert. Daarbij is ze volkomen transparant en deelt ze graag haar kennis en ervaring met anderen via haar laagdrempelige digitale cursussen en e-books.
© 2022 Claudia de Graauw. Alle rechten voorbehouden.
homeenvelopesmartphone