Steeds vaker zoeken organisaties binnen de culturele sector en sport elkaar op voor sociale en educatieve projecten binnen een wijk, stad of gemeente. Deze samenwerking kan stroef verlopen door verschillen in mentaliteit of denkwijzen. De kunst is om te focussen op opbrengsten  die juist wel overeenkomen of elkaar aanvullen. Ik noem er vier:

  1. Ontmoeting

Binnen zowel de sport als cultuur komen beoefenaars samen. Het is niet alleen belangrijk om goed te worden in sport of kunst. Ontmoeting, en daarmee dingen als samenwerken, het gevoel hebben dat je ergens bij hoort, respect voor elkaar en assertiviteit zijn vaak een belangrijk onderdeel van de activiteiten. Zeker binnen de amateurbeoefening van zowel sport als kunst is het ontmoeten en in gesprek raken met anderen een belangrijke drijfveer om deel te nemen of te bezoeken

  1. Zelfontplooiing

Naast ontmoeting is het in beide sectoren belangrijk dat deelnemers zichzelf en hun vaardigheden leren kennen en vervolgens ook verbeteren. Zowel sport als cultuur bieden deelnemers een platform om zichzelf te ontwikkelen. De sectoren kunnen elkaar hierin goed aanvullen.

  1. Ontspanning

Zowel sport als kunst & cultuur vormen een uitlaatklep voor mensen. Het zijn manieren om los te komen van de dagelijkse sleur en te ontspannen. Bij zowel sport als cultuur kun je je hoofd leegmaken en ontsnappen aan de realiteit door te bewegen en creatief bezig te zijn.

  1. Plezier en vermaak

Sporten doe je meestal voor je plezier. Naast ontspanning en voor je gezondheid beoefen je een sport omdat het leuk is. Dit geldt ook voor het beoefenen van kunst. Je schildert, danst of maakt muziek in de eerste plaats voor je plezier. Het is een hobby. Ook het kijken naar kunst of sport biedt vermaak. Denk aan het luisteren naar muziek of het bezoeken van een voetbalwedstrijd.

Een mooi voorbeeld van een project waarin sport en cultuur samenkomen is Circusstad Rotterdam, een interactie tussen lokaal sporttalent, urban arts en het circus als kunstvorm.

Onderzoek naar familiewanden

Het Van Gogh Museum in Amsterdam wil graag weten of de doelen die het zij hebben met de Familiewanden bereikt worden. Om inzicht te krijgen in de mening en ervaringen van familiegroepen over de Familiewanden heeft het museum ons gevraagd een onderzoek te doen naar deze wanden.

De Familiewanden zijn ontworpen om familiegroepen op een laagdrempelige manier te stimuleren samen beter naar de werken van Van Gogh te kijken met een onderwerp dat stimulerend, meeslepend, verhelderend en betekenisvol is voor het publiek. Het is daarbij belangrijk dat het familieaanbod zichtbaar is op zaal, interessant is voor andere bezoekers én het imago van het museum als toegankelijk en kindvriendelijk wordt versterkt.

Om te achterhalen hoe de drie Familiewanden ontvangen worden, observeren we zowel familiegroepen als andere bezoekers. We achterhalen en registreren feitelijk gedrag en kijken naar spontane reacties. Aansluitend interviewen we de geobserveerde bezoekers om hun meningen en ervaringen over de Familiewanden te achterhalen. We schrijven aan de hand van de resultaten een rapport met bevindingen en concrete aanbevelingen. Met dit onderzoek krijgt het Van Gogh Museum inzicht in het doelbereik van de familiewanden met verbeterpunten om het doel (nog) beter te bereiken.

Lees meer:


effect


Effect van Schoolgruiten




Een op maat gemaakt monitoring systeem om effecten te monitoren


evaluatie


Evaluatie Lekker Fit! (VO)

Doelbereik monitoren en evalueren

De Noord Oost Brabantse Bibliotheken (NOBB) wilde graag op een andere manier verantwoorden. Zij wilden bij hun verantwoording graag meer de nadruk leggen op hun eigen doelbereik én op het bereik van de doelen die de gemeente heeft met de subsidieverstrekking aan de bibliotheek. Het gaat dan niet over het aantal bibliotheekbezoekers en uitleningen, maar over wat de activiteiten van de bibliotheek teweeg brengen in de samenleving: Inwoners laten uitgaan van de eigen kracht, sturen op zelfredzaamheid en de vrije tijdsbesteding van inwoners aan kunst & cultuur vergroten.
Samen met NOBB en de gemeente Veghel ontwierp ik een monitor- en evaluatieinstrument die inzicht geeft in het bereik van deze doelen. Zowel de bibliotheken als de gemeente hebben aangegeven welke doelen zij wilden bereiken. Op basis van deze input maakte ik een meetinstrument, waarmee de bibliotheek data gingen verzamelen.

De uitkomsten konden door de bibliotheek worden gebruikt bij de verantwoording naar de gemeente, maar ook om hun activiteiten te verbeteren om hun eigen doelen te bereiken: zelfredzaamheid van burger, de vrije tijdsbesteding van inwoners aan kunst, cultuur, recreatie en toerisme vergroten en kennistoename bij burgers.

Lees meer:

Veel instellingen hebben programma’s of activiteiten gericht op het voortgezet onderwijs. Jongeren zijn een interessante doelgroep omdat zij in een fase zitten waarin ze zichzelf leren kennen en waarin hun brein zich nog volop aan het vormen is. Dit heeft ook een keerzijde: minder concentratie, minder probleemoplossend vermogen, lagere overdrachtssnelheid van informatie én hormonen die bijdragen aan heftigere emoties en minder empatisch vermogen. Maar met de goede aanpak zijn jongeren goed te bereiken. Leer ze kennen en begrijpen. Neem ze serieus en betrek ze.

De eerste stap naar communicatie is dus het begrijpen van je doelgroep, in dit geval jongeren. Een aantal trends onder jongeren om toe te passen in je communicatie naar deze doelgroep:

Een voorbeeld van onderzoek onder jongeren? Voor de gemeente Rotterdam heb ik het programma Lekker Fit! voor het voortgezet onderwijs geëvalueerd.

Musea en science centra willen steeds vaker weten of het werkt wat ze doen. Het gaat dan niet over het hebben van zo veel mogelijk bezoekers, maar over de kwaliteit van hun (educatieve) programma. Wordt hun doel, namelijk het beïnvloeden van de interesse voor, de houding naar en de kennis over (bijvoorbeeld) natuur, cultuur, geschiedenis of wetenschap, bereikt? Deze doelen worden op verschillende manieren gemeten.

Eén manier is het houden van een enquête. Bezoekers worden dan schriftelijk bevraagd over hun ervaringen tijdens het bezoek. Omdat musea en science centra vaak niet de kennis (en tijd) in huis hebben over het doen van onderzoek, is het voor hen soms lastig om de juiste vragen te stellen en de resultaten te interpreteren. Wil je daadwerkelijk informatie waar je iets mee kunt, dan is het belangrijk om de juiste indicatoren te bepalen voor de enquête.

Naast de interne enquête worden er ook grootschalige internationale onderzoeken gedaan waar de science centra en musea aan mee kunnen doen. Ook kunnen afgeronde grootschalige onderzoeken dienen als informatiebron voor de musea.

Ook maken veel musea en science centra gebruik van RF-ID (identificatie met radiogolven) bij interactieve opstellingen om effecten te meten. Bezoekers kunnen dan (a.d.h.v. een armbandje) hun activiteiten opslaan en achteraf (online) terug zien wat ze hebben gedaan en hoe ze dit hebben gedaan. Dit is leuk voor de bezoeker, maar dient ook als input voor het museum of science center. Je kunt hier namelijk uithalen hoe lang bezoekers bij een opstelling blijven staan, hoeveel er gebruik van wordt gemaakt en of er meerdere keren gebruik van wordt gemaakt.

Een andere manier om te meten is het analyseren van handelingen van bezoekers op basis van filmopnames. Dit gebeurt vooral bij interactieve opstellingen. Aan de hand van bewegingen, gezichtsuitdrukkingen, handelingen en verblijfsduur wordt het leerpotentieel geanalyseerd.

Science centra en musea kunnen ook van elkaar leren. Door de kwaliteit van hun educatieve programma’s te meten en met elkaar te vergelijken kunnen ze leren van elkaars sterke en zwakke punten.

Dit is een benchmark. Voor de VSC en verschillende science centra hebben wij zo’n benchmark uitgevoerd.

Evalueren doe je niet om te evalueren. Je evalueert (tijdens en/of na afloop van een project) om iets te leren van je project, programma of activiteit. Vaak zien culturele instellingen het evalueren van hun activiteiten echter als een ding dat moet gebeuren, maar is de toegevoegde waarde ervan niet duidelijk. Evalueren is waardevol voor de interne organisatie, maar ook naar buiten toe (mits de goede vragen gesteld worden in de evaluatie). In dit blog geef ik een aantal redenen waarom evalueren meer is dan een administratieve afvinkoefening. Door te evalueren:

  1. Krijg je inzicht in jezelf en het team. Waar had je misschien dingen anders moet doen? Maar ook: Waarin heb je juist goed werk geleverd?
  2. Verkrijg je inzicht in het project, programma of de activiteit. Je krijgt zicht op hoe het project is ontvangen en daarbij informatie over de succesfactoren, maar ook eventuele verbeterpunten komen boven tafel. Met deze informatie kun je het huidige project verbeteren en weet je waar aandachtspunten liggen voor de toekomst.
  3. Krijg je inzicht in je d0elbereik en dat van de organisatie: heeft het project de gewenste effecten (worden er meer bezoekers geïnspireerd, veranderen de deelnemers echt van houding t.o.v. een bepaald onderwerp, wordt de interesse gewekt?)
  4. Krijg je de juiste informatie in handen om het project te verantwoorden, intern of aan derden. Dit kan een verantwoording zijn aan de interne organisatie met een onderbouwing voor bijvoorbeeld budget. Maar evalueren geeft je ook informatie voor externe verantwoording, zoals aan subsidiegevers. Door middel van een evaluatie kun je laten zien wat je hebt bereikt met het project of de activiteit.
  5. Krijg je inspiratie voor nieuwe projecten. Je komt erachter wat de succesfactoren zijn en hoe je die beter kunt inzetten. Ook kom je er bijvoorbeeld achter dat een bepaalde doelgroep niet hebt bereikt met dit project en kunt voor deze doelgroep een nieuwe activiteit bedenken.
  6. Geeft voeding voor vernieuwing. Door te evalueren krijg je misschien ideeën waar je nog niet eerder aan hebt gedacht.
  7. Worden vervolgacties zichtbaar. Vaak leidt evalueren tot een actie. Dit kan vanalles zijn. Misschien is het nodig om de strategie bij te stellen, nieuwe doelen te formuleren of bij te sturen. Door te evalueren maak je deze vervolgstappen zichtbaar.

Hulp nodig bij evalueren? Ik kan je hierbij helpen!

Monitor doelbereik

Continue inzicht in uw doelbereik

Monitoren op je missie

Een monitor systeem speciaal voor organisaties met een missie. Hiermee kunnen organisaties gestructureerd hun doelen bereiken en hun missie verwezenlijken. Een monitor geeft antwoord op vragen zoals: Ben je op het goede spoor? Dragen je activiteiten bij aan je doel? Wat gaat goed? Wat kan beter? Door te monitoren houd je zicht op je doelbereik. Zo weet je welke stappen je moet zetten om je doel te bereiken en bereik je je doel efficiënter.

Monitoren: dat klinkt heel omslachtig en arbeidsintensief. Maar dat hoeft het niet te zijn. Je kunt een project vaak prima zelf monitoren als je de juiste instrumenten en informatie hebt. Wij helpen je hierbij!

Het resultaat                             

We leveren maatwerk. Samen gaan we aan de slag met het in kaart brengen van de doelen die je hebt voor jouw organisatie. We zetten hiermee een stip op de horizon waar je gestructureerd naar toe wilt gaan werken. We kijken hierbij wat je op de lange termijn wilt bereiken en formuleren dit concreet. Vervolgens zetten we een monitorsysteem voor je op dat past bij de geformuleerde doelen en jouw organisatie. Met dit monitor systeem kun je gericht groeien en bewegen naar die stip op de horizon.

Het monitor systeem bevat een kwartaalrapportage. Uit deze kwartaalrapportage volgt het plan voor het komend kwartaal met concrete actiepunten. De rapportage wordt op zo’n manier vormgegeven dat het gemakkelijk is gebruik.

 

[elementor-template id="6009"]

Lees meer:

Wat bereik jij met de subsidie die je hebt gekregen? Subsidieverstrekkers willen graag weten wat wordt gerealiseerd met het geld dat zij hebben verstrekt. Er is veel discussie over hoe en wat hierover teruggekoppeld wordt naar de subsidieverstrekker en het verschilt dan ook sterk per gemeente of fonds hoe erover gerapporteerd moet worden. Sommigen willen weten wat je doet. Anderen willen weten wat je bereikt en bijdraagt aan het  gezamenlijke doel.

Een voorbeeld van het aan tonen van wat je bereikt en bijdraagt aan het gezamenlijke doel is Natuurmuseum Brabant. Zij vertellen bij hun verantwoording iets over wat ze bereiken door hun manier van werken. En dan gaat het niet over het aantal bezoekers of het aantal leerlingen dat met school deelneemt aan een activiteit, maar over wat zo’n activiteit met school te weeg brengt bij de leerlingen.

Natuurmuseum Brabant heeft meegedaan aan een gezamenlijke benchmark vanuit de VSC waar natuurmusea, wetenschapscentra en techniekmusea samen met mij een meetinstrument hebben samengesteld. Hiermee worden de kwaliteit van binnenschoolse projecten en de effecten ervan bij de leerlingen gemeten. De deelnemende musea hebben aangegeven wat in hun vakgebied zorgt voor kwaliteit en welke doelen zij willen bereiken. Op basis van deze input heb ik een meetinstrument gemaakt, waarmee de deelnemende musea data hebben verzameld.

De analyses van de data worden veelzijdig ingezet. Natuurmuseum Brabant heeft hun analyse gebruikt bij de verantwoording naar de gemeente, maar ook om de activiteiten verder te verbeteren om nog beter hun doelen te bereiken: bezoekers en leerlingen leren over de natuur, interesseren voor de natuur, verwondering op te wekken en zelfs waardering voor de natuur te weeg brengen.

Kun jij aantonen wat je bereikt met je activiteiten?

Om valide uitkomsten te hebben van je onderzoek heb je voldoende respons nodig, bijvoorbeeld bij publieks- of klantenonderzoek.  Maar hoe motiveer je je publiek om mee te werken aan jouw onderzoek? Een aantal tips:

Maak gebruik van creatieve onderzoek vormen

Er is geen saai onderwerp, er zijn alleen saaie onderzoek vormen. Zet een creatieve werkvorm in (die past bij de doelgroep) om het onbewuste aan te spreken. Voor de ANWB bijvoorbeeld vroeg YoungWorks aan jongeren welk soort schoen zij het beste bij die organisatie vinden passen. De uitleg die jongeren dan geven zegt meer over het beeld dat zij hebben van de ANWB dan wanneer je hier direct naar zou vragen.

Begrijp je publiek volledig en maak onderscheid

Welke verschillende subgroepen zie je? Kijk niet alleen naar de bekende groepen (geslacht), maar kijk bijvoorbeeld ook naar waarden als ambities en interesses. Pas hier vervolgens je benadering naar deze groepen op aan. Door in te spelen op specifieke kenmerken van het publiek wek je hun interesse en zijn zij eerder bereid om mee te werken aan je onderzoek.

Geef publiek verantwoordelijkheid en bied ze een podium

Waardeer je publiek als expert. Zij beschikken ten slotte over informatie om jouw project of programma te verbeteren. Dit geeft een gevoel van verantwoordelijkheid. Het publiek krijgt op deze manier echt het gevoel dat zij iets toevoegen, wat motiveert om tijd vrij te maken voor het onderzoek. Leg het publiek uit wat de toegevoegde waarde is van de informatie die je van hen nodig hebt en benadruk het belang van hun medewerking. Zie ook het volgende punt.

Gebruik de uitkomsten

Als je publiek de moeite neemt om je te helpen, moet je hun input ook gebruiken. Maak tijdens het onderzoek al duidelijk dat je gaat doen met de uitkomsten en doe dit dan ook. Denk hierbij ook aan hoe dit zichtbaar is voor de mensen die mee hebben gewerkt aan je onderzoek.

Zoek je publiek op

Leer je publiek kennen en ga naar de plekken waar zij zich bevinden. Voor jongeren is dit bijvoorbeeld veel online, via social media. Heb je een programma gericht op ouderen? Ga dan eens naar dagactiviteiten in wijkcentra. Zo zijn er voor iedere doelgroep andere plekken waar ze te vinden zijn.

Weet wat je vraagt

Je publiek wil je graag helpen met je onderzoek, mits ze het gevoel hebben dat het toegevoegde waarde heeft en ze hun mening kwijt kunnen. Val ze dus niet lastig met onnodige of oninteressante vragen (of de wc schoon was), maar spreek ze aan op hun expertise, ervaring of mening.

Maak duidelijk wat je vraagt

Geef duidelijk aan wat je vraagt van iemand. Vijf minuten voor een vragenlijst, een kwartier voor een kort gesprek. En houd je hier dan aan. Als een gesprek een half uur duurt, moet je niet aangeven dat het maar een kwartier van hun tijd kost, want dan gaan mensen zich ergeren en haken ze halverwege af.

Meer weten? Lees mijn blog: Hoe kun je de respons voor een vragenlijst verhogen? 

Ik zie steeds vaker de wens vanuit gemeenten dat zij willen dat verschillende organisaties binnen de gemeente samen gaan werken (discipline-overstijgend). Denk aan sportverenigingen en scholen, culturele organisaties en welzijnsorganisaties, de verenigingen onderling en allerlei andere combinaties. Heel logisch omdat zij allen bijdragen aan doelen van de gemeente. Maar samenwerken omdat de gemeente vindt dat het moet, werkt helaas niet. Maar wat werkt wel?

  1. Een gezamenlijk doel: Samenwerken werkt alleen als je samen een gezamenlijk doel hebt en daaraan samen werkt. Dit kan bijvoorbeeld het werven van meer leden zijn als sport en culturele verenigingen samen gaan werken, of kinderen kennis laten maken met een bepaalde sport als het gaat om scholen en sportverenigingen, of jongeren iets bieden middels een filmproject als het gaat om welzijnswerk en culturele organisaties.
  2. Je moet elkaar kennen en weten wat bij de ander speelt. Er zijn veel manieren om kennis te maken. Denk hierbij aan een beursvloer, een vuurkorfsessie, speeddaten, marktplaats of een gezamenlijke brainstormsessie. Voor meer uitleg hierover, kun je binnenkort mijn blog ‘Manieren om elkaar te ontmoeten’ lezen.
  3. Samenwerken door te doen: Ten slotte moet je het gewoon doen als je een gezamenlijk probleem gaat oplossen of samen een gezamenlijk doel hebt. Als je eenmaal een keer samengewerkt hebt, ken je elkaar en zoek je elkaar de volgende keer gemakkelijker op. Mocht je wel willen samenwerken, maar nog geen gezamenlijk doel hebben, kun je ook samenwerken door medewerkers van plek te laten ruilen, bijvoorbeeld een dag per week voor een paar maanden.

Wat kan de gemeente doen om discipline-overstijgend samenwerking op gang te brengen? De gemeente kan de samenwerking wel faciliteren door bijvoorbeeld een beursvloer te organiseren waarop de verschillende partijen elkaar leren kennen en gezamenlijke problemen en doelen kunnen formuleren. Maar ook door een budget beschikbaar te stellen voor bijvoorbeeld gezamenlijk publiciteit, gezamenlijke materialen of een gezamenlijk evenement.

Een leuk voorbeeld van samenwerkende verenigingen vanuit verschillende disciplines (sport en cultuur) is Symphonica in sporto in de gemeente Vlieringsbeek-Groeningen.

Ericssonstraat 2
5121 ML  Rijen
Nederland
Claudia’s hart ligt bij onderzoek. Haar werkwijze is heel persoonlijk; ieder onderzoek vraagt tenslotte om maatwerk. Samen met de klant formuleert ze doelen, die ze vervolgens ook realiseert. Daarbij is ze volkomen transparant en deelt ze graag haar kennis en ervaring met anderen via haar laagdrempelige digitale cursussen en e-books.
© 2022 Claudia de Graauw. Alle rechten voorbehouden.
homeenvelopesmartphone