Science centra en wetenschapsmusea willen met hun activiteiten de houding van bezoekers positief beïnvloeden. Het doel bij activiteiten voor scholen is om leerlingen te enthousiasmeren, interesseren en hun kennis te laten vergroten over wetenschap en techniek. Er zijn factoren die invloed hebben op de houding van leerlingen tegenover wetenschap en techniek, maar die vaak (nog) niet meegenomen worden door wetenschapsmusea. Door rekening te houden met deze factoren kunnen musea hun doel effectiever bereiken. De factoren die een rol spelen:

Familie

Uit het onderzoek van Justin Dillon over aspiraties in wetenschap & techniek (2013) blijkt dat families de grootste invloed hebben op de houding van leerlingen t.o.v. wetenschap en techniek. De interesse om later een baan te krijgen in de wetenschap & techniek is sterk verbonden met hoeveel ‘science capital’ een familie heeft. ‘Science capital’ zijn wetenschap gerelateerde eigenschappen, zoals functies binnen, kennis over, interesses in en sociale contacten binnen wetenschap & techniek. Het is dus van belang om ook volwassenen te interesseren voor wetenschap en techniek.

Imago van wetenschap en techniek

Wetenschap en techniek wordt door jongeren vaak gezien als iets voor hele slimme mensen. Dit imago wordt gevoed door wat kinderen op tv en social media voorbij zien komen. Ook lesprogramma’s op school helpen hier niet bij. Hoe vaak zie je dat bij videomateriaal een animatie wordt gebruikt van een ‘wijs’, Einstein-achtig figuur om de lesstof uit te leggen? Hierdoor vinden leerlingen wetenschap als snel ‘niets voor hen’, ook al vinden ze de inhoud misschien wel interessant. Meisjes kiezen bij voorbaat al minder vaak voor een carrière  in wetenschap en techniek, omdat het wordt gezien als iets mannelijks. Ook al zijn zij in de eerste instantie wel geïnteresseerd in wetenschapsvakken op school. Science centra en musea kunnen hun activiteiten zo vormgeven dat wetenschap ‘voor iedereen’ is en daarmee het imago veranderen.

Onbekendheid met wetenschap & techniek

Veel jongeren zijn niet bekend met de diverse mogelijkheden die een baan binnen W&T biedt. Ze hebben weinig beleving over wat voor banen er allemaal zijn en waar wetenschap & techniek voor hen naartoe kan leiden. Reden hiervoor is onder andere de manier waarop wetenschap en techniek op school als vakken worden gegeven. Deze schoolvakken geven W&T op een oppervlakkige en ‘smalle’ manier weer. Science centra en scholen dienen samen te werken om een breder lesprogramma te maken dat een completer beeld geeft over wetenschap en techniek.

Wat bereik jij met de subsidie die je hebt gekregen? Subsidieverstrekkers willen graag weten wat wordt gerealiseerd met het geld dat zij hebben verstrekt. Er is veel discussie over hoe en wat hierover teruggekoppeld wordt naar de subsidieverstrekker en het verschilt dan ook sterk per gemeente of fonds hoe erover gerapporteerd moet worden. Sommigen willen weten wat je doet. Anderen willen weten wat je bereikt en bijdraagt aan het  gezamenlijke doel.

Een voorbeeld van het aan tonen van wat je bereikt en bijdraagt aan het gezamenlijke doel is Natuurmuseum Brabant. Zij vertellen bij hun verantwoording iets over wat ze bereiken door hun manier van werken. En dan gaat het niet over het aantal bezoekers of het aantal leerlingen dat met school deelneemt aan een activiteit, maar over wat zo’n activiteit met school te weeg brengt bij de leerlingen.

Natuurmuseum Brabant heeft meegedaan aan een gezamenlijke benchmark vanuit de VSC waar natuurmusea, wetenschapscentra en techniekmusea samen met mij een meetinstrument hebben samengesteld. Hiermee worden de kwaliteit van binnenschoolse projecten en de effecten ervan bij de leerlingen gemeten. De deelnemende musea hebben aangegeven wat in hun vakgebied zorgt voor kwaliteit en welke doelen zij willen bereiken. Op basis van deze input heb ik een meetinstrument gemaakt, waarmee de deelnemende musea data hebben verzameld.

De analyses van de data worden veelzijdig ingezet. Natuurmuseum Brabant heeft hun analyse gebruikt bij de verantwoording naar de gemeente, maar ook om de activiteiten verder te verbeteren om nog beter hun doelen te bereiken: bezoekers en leerlingen leren over de natuur, interesseren voor de natuur, verwondering op te wekken en zelfs waardering voor de natuur te weeg brengen.

Kun jij aantonen wat je bereikt met je activiteiten?

Tijdens de WTC Vakconferentie heb ik kennis gemaakt met het begrip Wetenschapswijsheid.
Wetenschapswijsheid is een nieuw initiatief in de wereld van de wetenschap en techniek. Het begrip wordt gebruikt om aan te tonen dat wetenschap belangrijk is voor je persoonlijke ontwikkeling. Het wetenschapswijzer maken van leerlingen (en volwassenen) was natuurlijk al het doel van de science centra, musea en scholen. Het werd alleen tot voor kort nog niet zo genoemd.

Wetenschapswijsheid is afgeleid van de Engelse term ‘scientific literacy’. Omdat het een grote waarde heeft voor mensen, heeft de VSC het initiatief genomen om de Nederlandse vertaling te introduceren. De letterlijke definitie van Wetenschapswijsheid is:

“Het vermogen om - gevoed door nieuwsgierigheid - vragen te kunnen stellen over de wereld om je heen, antwoorden te kunnen zoeken en deze op waarde te kunnen schatten”.

Je bent dus wetenschapswijs als je:
• Nieuwsgierig bent;
• Vragen kunt stellen over de wereld om je heen;
• Antwoorden kunt zoeken op die vragen. Waarbij het belangrijk is dat je nadenkt over de antwoorden, verschillende (tegengestelde) antwoorden zoekt en deze tegen elkaar afweegt;
• Informatie op waarde kunt schatten.

Het lijkt erop dat Wetenschapswijsheid gezien kan worden als een ‘nieuwe’ competentie in onderwijsprogramma’s of andere educatieve activiteiten.
Wetenschapswijzer worden begint bij de science centra en musea. Bezoekers kunnen onderzoekend leren, vragen stellen en zo verbanden ontdekken. Veel science centra en musea baseren hun activiteiten en educatieve programma’s al op de vier vaardigheden van wetenschapswijsheid, maar zijn zich hier nog niet bewust van. Het doel van de VSC is om dit bewustzijn te vergroten en Wetenschapswijsheid dichterbij te brengen.

Wil je meer weten over dit initiatief van de VSC? Wetenschapswijsheid heeft een eigen website: www.wetenschapswijsheid.nl.

Veel educatieve projecten van belangenorganisaties en non-profitorganisaties (denk aan musea, technocentra, theatergezelschappen) zijn niet zozeer gericht op het aanleren van vaardigheden, maar op het anders laten kijken naar de wereld of een andere attitude bewerkstelligen ten opzichte van een bepaald onderwerp. Bijvoorbeeld een meer vragende of onderzoekende houding.

Of zo’n project succesvol is, bekijk je door een verandering in houding te meten. Het gaat namelijk niet over vaardigheden, maar over een manier van kijken naar de wereld om je heen, de houding van de leerling ten aanzien van dat onderwerp.

Daarnaast is attitude een goede voorspeller voor toekomstig gedrag. Een attitude zegt iets over iemands grondhouding over een onderwerp. Is het interessant? Gaat iemand er in de toekomst iets mee doen? Technocentra zijn daarom geïnteresseerd deze attitude ten opzichte van techniek (positief) te beïnvloeden, omdat dit iets zegt over toekomstige keuzes ten aanzien van techniek (studie/beroep). Als deze attitude beïnvloed wordt bij een leerling, weet hij/zij beter wat wel/niet bij hem/haar past. Zo worden leerlingen geholpen bewustere keuzes te maken voor hunstudie- en beroep.

Het meten van houding en de verandering lijkt heel abstract, maar is al op meerdere onderwerpen geconcretiseerd. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de houding (ook wel attitude genoemd) ten opzichte van een bepaald onderwerp bestaat uit een aantal elementen. Kort een paar factoren die vaak terug keren:

  1. Kennis: je moet weten wat het is, alvorens er een mening over te kunnen vormen.
  2. Belang: het inzien van het belang van een onderwerp voor de maatschappij is onderdeel van het hebben van een positieve attitude ten opzichte van dit onderwerp.
  3. Plezier: het hebben van plezier aan activiteiten op het vakgebied is onderdeel van een positieve houding.
  4. Toekomst: de leerling moet zichzelf relateren aan het onderwerp en beelden kunnen vormen over zichzelf in relatie tot een bepaald onderwerp.

Om deze factoren te kunnen meten, worden deze vertaald in een aantal elementen. Deze kunnen vervolgens op verschillende manieren gemeten worden. Denk aan observeren, een lijst met stellingen waarbij leerlingen aangeven waarin ze zich het meeste vinden.

Om een verandering in attitude waar te kunnen nemen moet meerdere keren gemeten worden: voor deelname aan een project, kort na afloop van het project om te kijken of er op korte termijn effecten zijn waar te nemen en op lange termijn om te kijken of deze effecten blijvend zijn.

Enkele voorbeelden van het meten van attitude en de verandering ervan.

Ik wil graag meer informatie over effectmetingen.

benchmark zinvol

Benchmark: kwaliteit meten van educatieve activiteiten

Veel science centra en wetenschapsmusea organiseren en verzorgen educatieve activiteiten voor het onderwijs. Vanuit de science centra en de VSC is de vraag gekomen wat de kwaliteit is van deze activiteiten. Hoe verhoudt deze zich onderling? Waar vullen de science centra elkaar aan en waar beconcurreren ze elkaar? We hebben een meetinstrument ontwikkeld en uitgerold om de kwaliteit van allerlei educatieve activiteiten voor het onderwijs te meten. De kwaliteit wordt vervolgens van verschillende musea en science centra met elkaar vergeleken. De resultaten zijn gebruikt  om1) meer inzicht te krijgen in de kwaliteit en effecten van de activiteiten op basis waarvan keuzes gemaakt zijn over deze activiteiten (uitbreiden, wijzigen),2) antwoorden te geven aan financiers over deze activiteiten en3) zich beter te positioneren en zo profileren ten opzichte van elkaar.Dit laatste helpt scholen beter te kiezen aan de hand van hun wensen en doelen. De metingen hebben vaker plaatsgevonden. Na afloop van elke ronde (meten, analyseren, vergelijken en rapporteren) is een gezamenlijke sessie georganiseerd met de deelnemers om van elkaar te leren. Hierbij hebben deelnemers die op bepaalde onderdelen goed preseteren uitgelegd hoe zij het aanpassen.  Wil jij ook samen met collega-organisaties een benchmark uitvoeren om je eigen kwaliteit aan te tonen én om van elkaar te leren? Lees dan hier hoe ik je hierbij kan helpen.

Lees meer:

effectonderzoek voorlichtingsprogramma voor de Rotterdamse haven

KMR heeft samen met haar partners een nieuw promotie- en voorlichtingsprogramma ontwikkeld dat de komende jaren in uitvoering wordt genomen. KMR wil graag weten wat de effecten hiervan op langere termijn zijn. Om deze effecten te meten is een vragenlijst afgenomen gebaseerd op het attitudemodel bij Rotterdamse leerlingen in verschillende leeftijden voor aanvang van het programma en na twee jaar. Met deze vragenlijst is gekeken naar de beeldvorming van leerlingen over techniek en over de haven, kennis over techniek en over de haven en mogelijke toekomstplannen in de techniek en/of de haven. Om de waargenomen effecten toe te kunnen schrijven aan de inspanningen van KMR en haar partners, zijn ook veranderingen in beeld gebracht bij een controlegroep, leerlingen die niet in aanraking zijn gekomen met het programma.

Lees meer:

steekproef

Attitude verandering door deelname aan ‘De Uitvinders’

Het project ‘De Uitvinders’ laat leerlingen uit groep 6, 7 en 8 op een interactieve en uitdagende manier . Een wetenschaps- en techniekpromotieproject ontworpen door kunstenaars. Een mooi verhaal neemt de leerlingen mee in een avontuur. Met het onderzoek is door drie metingen gekeken naar een attitude verandering bij de leerlingen t.a.v. wetenschap en techniek. Daarnaast is middels observaties gekeken naar verklaringen voor gemeten verschillen tussen scholen. De rol van de leerkracht is groot bij de uitvoering van een project en heeft invloed op de mate van effect. Het onderzoek is in september 2010 afgerond. Tune Techniek heeft in samenwerking met de onderzoekers een handzame samenvatting gepubliceerd. 

 

[elementor-template id="6009"]

Lees meer:

10 jaar jet-net: een onderzoek naar verleden, heden en toekomst

Tijdens het 10-jarig jubileum van Jet-Net wilde Jet-Net terugblikken naar wat er bereikt is, maar ook vooruit kijken naar wat de toekomst te bieden heeft. Samen met IVA is gekeken 1) wat Jet-Net tot nu toe heeft bereikt, facts & figures, maar ook de gepercipieerde meerwaarde, 2) waar Jet-Net nu staat, de context waarbinnen wordt geopereerd en de ontwikkelingen die zich daar af spelen, en 3) hoe de toekomst eruit ziet, welke behoeftes hebben scholen en bedrijven, welke kansen zijn er, maar ook welke knelpunten moet men rekening mee houden.

Het onderzoek is gepresenteerd tijdens de jubileumviering in Rijswijk met enkele filmpjes (te zien op de site van Jet-Net) en de publieksversie van het onderzoeksrapport.

Lees meer:

begeleiding kwaliteitsmonitor delft

Science Centre Delft wil de kwaliteit van de workshops in beeld brengen en deze op lange termijn blijven monitoren. In een coachingstraject heb ik samen met een stagiair van het science centre een meetinstrument hiervoor ontwikkeld. De stagiair heeft geholpen met het testen en vormgeven van het instrument. Ik heb voor de inhoud gezorgd. Dit is gedaan aan de hand van gesprekken over kwaliteit en het doel van de workshops. Het doel van de workshops en welke kwaliteit dus geboden moest worden, gaven handvatten voor het ontwerp van het meetinstrument. Het meetinstrument is getest en vervolgens bijgesteld. In het schooljaar (2012-2013) hebben we de data verzameld, geanalyseerd en er over gerapporteerd.

Lees meer:

Wordt het doel bereikt als de meetpunten worden behaald?

OTIB heeft haar beleid vastgelegd in een missie en visie, waar een aantal doelen uit volgen. Deze doelen zijn vertaald in subdoelstellingen, welke uiteindelijk vertaald zijn in meetpunten. Maar is deze vertaling goed gemaakt? Meten ze of de hoofddoelen worden gehaald?

Samen met Marian Kat zijn de meetpunten die betrekking hebben op CGO (competentiegericht onderwijs) en het reguliere onderwijs in hun operationele plan bestudeerd. Zijn de juiste meetpunten opgesteld? Meten ze wat OTIB wil weten? Zijn ze meetbaar geformuleerd? Wordt naar output of outcome gekeken? Kunnen ze geclusterd worden? En natuurlijk is ook gekeken hoe de meetpunten gemeten kunnen worden.

Lees meer:

Ericssonstraat 2
5121 ML  Rijen
Nederland
Claudia’s hart ligt bij onderzoek. Haar werkwijze is heel persoonlijk; ieder onderzoek vraagt tenslotte om maatwerk. Samen met de klant formuleert ze doelen, die ze vervolgens ook realiseert. Daarbij is ze volkomen transparant en deelt ze graag haar kennis en ervaring met anderen via haar laagdrempelige digitale cursussen en e-books.
© 2022 Claudia de Graauw. Alle rechten voorbehouden.
homeenvelopesmartphone