Een enquête uitzetten is een goede methode om veel mensen op dezelfde manier te bevragen. Om een representatief beeld van je onderzoeksgroep te krijgen, is een goede respons voor een enquête cruciaal. In deze blog bespreken we verschillende strategieën om je publiek te motiveren om mee te werken aan je onderzoek.
Het is belangrijk om je onderzoeksgroep nauwkeurig te selecteren. Schrijf niet zomaar iedereen aan, maar kijk van wie je wilt dat ze je vragenlijst invullen. Denk aan leeftijd, beroepsgroep en hobby’s. Als je onderzoeksgroep geïnteresseerd is in je onderwerp, zijn ze eerder geneigd je vragenlijst volledig in te vullen.
Leer je respondenten kennen en ga naar de plekken waar zij zich bevinden. Voor jongeren is dit bijvoorbeeld veel online, via social media. Heb je een programma gericht op ouderen? Ga dan eens naar dagactiviteiten in wijkcentra. Zo zijn er voor iedere doelgroep andere plekken waar ze te vinden zijn.
Een goede vragenlijst is kort, duidelijk en to-the-point. Stel alleen vragen die je echt nodig hebt voor je onderzoek. Door je te beperken tot het noodzakelijke, vergroot je de kans dat mensen de vragenlijst volledig invullen. Zorg ervoor dat je vragen helder geformuleerd zijn en dat het voor de respondent duidelijk is wat er van hem of haar wordt verwacht. Maak gebruik van gesloten vragen waar mogelijk, en geef duidelijke instructies bij doorverwijzingen, zoals: “Indien nee, ga door naar vraag 10.” Dit moet zowel digitaal als op papier goed te volgen zijn.
Om ervoor te zorgen dat respondenten jouw vragen beantwoorden, wil je het hen zo gemakkelijk mogelijk maken. Zorg voor een werkende link bij een digitale vragenlijst en geef respondenten indien mogelijk een klein presentje als dank voor hun deelname. Zorg bij schriftelijke vragenlijsten voor een kosteloze antwoordenveloppe of een pen en een tafel waar ze de vragenlijst in kunnen vullen.
Er is geen saai onderwerp, er zijn alleen saaie onderzoeksvormen. Zet een creatieve werkvorm in die past bij de doelgroep om het onbewuste aan te spreken. Bijvoorbeeld, vraag jongeren welk soort schoen zij het beste bij een organisatie vinden passen. De uitleg die zij geven zegt meer over het beeld dat zij hebben van de organisatie dan wanneer je hier direct naar zou vragen.
Waardeer je respondent als expert. Zij beschikken over informatie om jouw project of programma te verbeteren. Dit geeft een gevoel van verantwoordelijkheid en motiveert hen om tijd vrij te maken voor het onderzoek. Leg uit wat de toegevoegde waarde is van de informatie die je van hen nodig hebt en benadruk het belang van hun medewerking.
Als je respondenten de moeite neemt om je te helpen, moet je hun input ook gebruiken. Maak tijdens het onderzoek al duidelijk wat je gaat doen met de uitkomsten en doe dit dan ook. Denk hierbij ook aan hoe dit zichtbaar is voor de mensen die mee hebben gewerkt aan je onderzoek.
Een goede vragenlijst maken lijkt eenvoudig, maar er komt meer bij kijken dan je denkt. Je wilt duidelijke antwoorden, betrouwbare data én dat mensen je vragenlijst ook echt invullen. In deze blog lees je praktische tips over het opstellen, testen en verspreiden van een vragenlijst. Zo haal je het meeste uit je onderzoek!
Een vragenlijst moet niet te lang zijn. Respondenten haken snel af als het invullen te veel tijd kost. Richt je daarom op de kern: stel alleen vragen die echt nodig zijn voor je onderzoek. Een lengte van drie tot vier A4’tjes is meestal voldoende. Dat komt overeen met een invultijd van maximaal vijf minuten. Door deze beperking dwing je jezelf om prioriteiten te stellen. Vermijd overbodige vragen en beperk het aantal open vragen. Deze gebruik je alleen als ze echt iets toevoegen.
De manier waarop je een vraag stelt, bepaalt of je bruikbare antwoorden krijgt. Gebruik eenvoudige taal die past bij je doelgroep. Vermijd vakjargon of ingewikkelde woorden. Zorg dat elke vraag maar op één manier te interpreteren is. Vage termen zoals “vaak” of “soms” kun je beter vervangen door concrete tijdsaanduidingen of aantallen. Ook dubbele vragen of vragen met ontkenningen zorgen voor verwarring. Houd je vragen kort en duidelijk, en wees consequent in de manier waarop je antwoordopties aanbiedt.
Open vragen zijn ideaal als je op zoek bent naar meningen, motivaties of ideeën. Ze geven ruimte voor nuance, maar kosten meer tijd om te beantwoorden én te analyseren. Gesloten vragen zijn ideaal voor het verzamelen van kwantitatieve data. Ze zorgen voor snelle, vergelijkbare antwoorden en zijn eenvoudig te analyseren. Een combinatie werkt vaak het best: begin met een gesloten vraag en geef daarna ruimte voor toelichting. Zo krijg je zowel overzicht als diepgang in je data.
Er zijn veel vormen van gesloten vragen die je kunt gebruiken, afhankelijk van wat je wilt meten. De meest gebruikte zijn meerkeuzevragen, waarbij respondenten één of meerdere opties kunnen kiezen. Voeg eventueel een optie toe als “Anders, namelijk…” om ruimte te geven voor alternatieve antwoorden.
Daarnaast zijn er matrix- of gridvragen, waarmee je meerdere stellingen tegelijk kunt toetsen met dezelfde antwoordopties, zoals “helemaal oneens” tot “helemaal eens”. Sliders zijn handig voor beoordelingen op een schaal, bijvoorbeeld van 1 tot 10. Je kunt ook vragen naar percentages of respondenten punten laten verdelen over verschillende opties. Hiermee krijg je inzicht in voorkeuren of prioriteiten. Rankingvragen zijn weer geschikt om onderdelen op volgorde van belangrijkheid te laten zetten. Maar let op, maak het niet te complex voor je respondenten. Als het te lastig wordt een vraag te beantwoorden of te veel tijd kost, haken ze af.
Bij het maken van gesloten vragen is het belangrijk dat de antwoordopties elkaar uitsluiten en logisch geordend zijn. Zorg voor consistentie in de richting van je antwoordschalen. Wissel niet tussen positief en negatief geformuleerde schalen, want dat kan verwarrend zijn voor de respondent. Kies ook een schaalgrootte die past bij je doel: een 5-puntsschaal is overzichtelijk, terwijl een 10-puntsschaal meer nuance biedt.
Bied daarnaast altijd de mogelijkheid om geen antwoord te geven, bijvoorbeeld met “weet ik niet” of “niet van toepassing”. Zo voorkom je dat mensen een willekeurig antwoord kiezen als ze het eigenlijk niet weten. Door goed na te denken over de vorm en inhoud van je gesloten vragen, verhoog je de kwaliteit van je data én de gebruiksvriendelijkheid van je vragenlijst.
Voordat je de vragenlijst breed uitzet, is het belangrijk om deze te testen. Laat mensen uit je doelgroep de vragenlijst invullen en vraag wat ze ervan vonden. Zijn de vragen duidelijk? Begrijpen ze wat er bedoeld wordt? Hoe lang deden ze erover? Analyseer ook de data uit deze testfase: zijn alle velden goed ingevuld en kun je met de antwoorden je onderzoeksvragen beantwoorden? Als je na de test aanpassingen doet, is het verstandig om opnieuw te testen met een frisse groep respondenten.
De manier waarop je je vragenlijst verspreidt, heeft invloed op wie je bereikt. Heb je e-mailadressen van je doelgroep, dan kun je unieke links sturen. Zo zie je precies wie wel of niet heeft gereageerd en kun je gerichte herinneringen sturen. Heb je geen adressen, dan kun je een algemene link delen via sociale media of WhatsApp. Dat is laagdrempelig, maar je hebt minder controle over wie de vragenlijst invult en hoe vaak. Kies de methode die het beste past bij je doelgroep en doelstelling.
Als je persoonsgegevens gebruikt, zoals e-mailadressen, moet je rekening houden met de privacywetgeving (AVG). Controleer altijd of je deze gegevens mag gebruiken voor je onderzoek. Op internet is veel informatie te vinden over hoe je hier zorgvuldig mee omgaat.
Een goed onderzoek begint niet met data, tabellen of interviews, maar met een heldere vraag. De juiste onderzoeksvraag vormt de ruggengraat van je hele onderzoek. Ze bepaalt wat je gaat onderzoeken, waarom je dat doet en hoe je dat het beste kunt aanpakken. In deze blog neem ik je stap voor stap mee in het formuleren van een sterke onderzoeksvraag én het kiezen van een passende methode om die te beantwoorden.
Voordat je een vraag kunt stellen, moet je weten waarom je überhaupt onderzoek wilt doen. Misschien wil je een project verbeteren, verantwoording afleggen aan een subsidiegever, of beter aansluiten bij de wensen van je doelgroep. Het doel van je onderzoek bepaalt welke richting je opgaat. Als je bijvoorbeeld wilt verbeteren, zoek je naar wat goed gaat en wat beter kan. Wil je verantwoorden, dan ben je juist op zoek naar meetbare effecten. En als je wilt afstemmen op je doelgroep, dan draait het om hun kenmerken, behoeften en verwachtingen.
Zodra je weet waarom je onderzoek doet, kun je bepalen welke informatie je nodig hebt. Stel jezelf de vraag: wat moet ik precies weten om mijn doel te behalen? Als je bijvoorbeeld wilt verbeteren, heb je inzicht nodig in processen en ervaringen. Wil je overtuigen, dan zoek je naar harde resultaten. En als je wilt afstemmen, dan moet je weten wat je doelgroep belangrijk vindt. Door steeds te bedenken wat je met de informatie gaat doen, kun je prioriteiten stellen en je focus scherp houden.
Bedenk daarnaast per onderdeel van je informatiebehoefte welke informatie je al hebt en welke je moet gaan verzamelen. Waar kun je de informatie die je nog niet bezit vinden? Bij wie moet je zijn om aan deze informatie te komen (bezoekers, leden, burgers, klanten, medewerkers, leerlingen, scholen etc.)
Met een duidelijk doel en een afgebakende informatiebehoefte kun je je onderzoeksvraag formuleren. Die vraag moet concreet en haalbaar zijn. Je moet er daadwerkelijk antwoord op kunnen krijgen binnen de tijd en middelen die je hebt. Denk ook vooruit: als je straks een antwoord hebt, kun je dan de juiste actie ondernemen? Een goede onderzoeksvraag is dus niet alleen helder, maar ook praktisch bruikbaar.
Bij het opstellen van je onderzoeksvraag is het belangrijk om stil te staan bij de randvoorwaarden. Hoeveel tijd heb je? Wat is je budget? Zijn er privacyregels waar je rekening mee moet houden? En is de benodigde informatie überhaupt beschikbaar? Door hier vooraf over na te denken, voorkom je dat je later vastloopt in je onderzoek.
Het helpt om al vroeg na te denken over hoe je de resultaten wilt presenteren. Wil je een rapport, een infographic, een presentatie of misschien een korte video? En wie is je publiek? Wat wil je dat zij doen of begrijpen na het zien van jouw resultaten? Door je eindproduct in gedachten te houden, werk je gerichter en zorg je ervoor dat je onderzoek ook echt iets oplevert.
Als je weet wat je wilt onderzoeken en waarom, kun je bepalen hoe je dat het beste kunt doen. Er zijn verschillende manieren om informatie te verzamelen. Een vragenlijst is handig als je veel mensen wilt bereiken, maar minder geschikt als je dieper wilt graven. Voor meer inzicht in achterliggende motieven kun je beter kiezen voor een interview. Groepsinterviews of klankbordgroepen zijn ideaal als je interactie en discussie wilt stimuleren. En als er al veel bekend is over je onderwerp, kan een literatuurstudie uitkomst bieden.
De keuze voor een methode hangt dus af van je doel, je doelgroep en de aard van de informatie die je zoekt. Denk ook na over hoe je mensen het beste kunt benaderen: persoonlijk, digitaal, via social media of misschien via een bestaande groep.
We werken regelmatig voor musea die werken met bezoekersprofielen. Door middel van een bezoekersonderzoek kom je namelijk veel te weten over je bezoekers. Met de resultaten van diverse vragen kun je je bezoekers indelen in verschillende profielen. Je kunt de profielen zelf bedenken naar aanleiding van de resultaten, maar er zijn ook bestaande profielen waar je je bezoekers in kunt delen. In deze blog vertel ik je meer over aantal bestaande bezoekersprofielen.
Een van de profielen is Whize, beter bekend als de Mosaic profielen. Het bestaat uit 11 segmenten en 59 sub segmenten. Elk segment is een soort huishouden. Er wordt hierbij gekeken naar de demografische, socio-economische kenmerken, de levensstijl, cultuur gedrag en de mentaliteit. Vaak wordt er gekeken welke profielen bij de organisatie passen en wordt daar beleid op aangepast.
Bij het mentality-model van Motivation worden mensen ingedeeld naar hun levensinstelling. Er zijn 8 sociale milieus waarin mensen worden ingedeeld. Mensen worden ingedeeld naar aanleiding van persoonlijke opvattingen en waarden. Mensen uit hetzelfde milieu delen waarden op het gebied van werk, vrije tijd en politiek. Ze hebben ook overeenkomstige ambities en aspiraties. Elk milieu heeft zijn eigen leefstijl en koopgedrag.
Het BSR-model ontrafelt drijfveren van mensen en wat er moet gebeuren om mensen tot actie over te zetten. Het model kent vier leefstijlen waarin de eigen manier van leven centraal staat. Dit model vertelt over wat je moet doen en waarom je dat moet doen. Door middel van een database hebben ze heel Nederland in kunnen delen in vier groepen: vitaal, harmonieus, controlerend en zekerheid.
De leefstijlvinder is gebaseerd op het BSR model en verder is ontwikkeld richting vrije tijd en vakantie. Hierin worden de behoeften van mensen meegenomen op het gebied van vrije tijd en vakantie. Ook deze maakt gebruik van een database waardoor ze weten welke groepen er waar in Nederland wonen. Op deze manier kun je gericht marketing gaan voeren op de juiste doelgroepen.
Er zijn nog meer bezoekersprofielen waar mee gewerkt kan worden. Daarom is het belangrijk om goed te kijken wat je van je bezoekers moet weten en welk profiel daar het beste bij aansluit. Echter kun je de profielen vaak niet zomaar gebruiken, omdat deze zijn ontwikkeld door onderzoeksbureaus en zij de database hebben. Het is ook mogelijk om zelf bezoekersprofielen op te stellen en wij helpen je daar graag bij met een publieksonderzoek.
Bij iedere onderzoeksvraag hoort een eigen manier van onderzoeken. Bij de ene onderzoeksvraag is het antwoord het beste te vinden door het doen van kwalitatief onderzoek en bij de andere vraag past kwantitatief onderzoek juist beter. Maar wat houden kwalitatief en kwantitatief onderzoek nu precies in? En wanneer kies je voor een kwalitatieve methode en wanneer voor een kwantitatieve? Of maak je een combinatie?
Kwalitatief onderzoek is gericht op het verkrijgen van informatie over wát er leeft en waaróm. Het geeft diepgaande informatie door in te gaan op achterliggende motieven, meningen, gedachtes, wensen en behoeften van de onderzoeksgroep. is kwalitatief onderzoek de beste methode. Typische vragen voor kwalitatief onderzoek zijn vragen die beginnen met Waarom en Hoe.
Voorbeelden van onderzoeksvragen die door middel van kwalitatief onderzoek beantwoord worden:
De volgende methoden zijn passend voor kwalitatief onderzoek:
Kwantitatief onderzoek is gericht op hoeveelheid. Het geeft je cijfermatige resultaten over een bepaalde groep. Denk hierbij aan: 73% van de deelnemers heeft iets geleerd, gemiddeld krijgen we een rapportcijfer van 7,6 van onze bezoekers of 65% van de leerlingen is van mening veranderd. Typische vragen voor kwantitatief onderzoek zijn vragen die beginnen met hoeveel of in hoeverre.
Voorbeelden van onderzoeksvragen die door middel van kwantitatief onderzoek beantwoord worden:
Vaak wordt voor kwantitatief onderzoek gekozen om inzicht te krijgen in de gevolgen van een programma. Bijvoorbeeld als je verandering in attitude/houding aan wilt tonen naar aanleiding van een activiteit, project of programma. Of als je significante verschillen aan wilt kunnen tonen en deze wil generaliseren naar de massa. Ook voor het doen van cijfermatige uitspraken over een bepaalde doelgroep, kies je voor kwantitatief onderzoek.
Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen in een kwalitatief onderzoek moet je onderzoek onder andere representatief zijn. Hiervoor heb je een minimaal aantal deelnemers nodig binnen je doelgroep die hun mening geven. Hiervoor kun je een steekproef trekken. Wanneer deze steekproef een bepaalde omvang en kenmerken heeft (afhankelijk van de onderzoeksvraag), kunnen uitspraken gegeneraliseerd worden naar de hele doelgroep.
De volgende methoden zijn passend voor kwalitatief onderzoek:
Voor de verwerking van kwantitatieve data heb je excel of SPSS nodig, waarmee je allerlei berekeningen kunt maken.
Kwalitatief en kwantitatief onderzoek zijn niet per definitie op zichzelf staand. Kwantitatief en kwalitatief onderzoek kunnen aanvullend zijn op elkaar. Zo kun je kwalitatief onderzoek doen om te komen tot een goede vragenlijst die je breder uitzet. Ook kun je de uitkomsten van een kwalitatief onderzoek interpreteren met kwalitatief onderzoek.
Voor meer inspiratie op het gebied van mogelijke onderzoeksmethoden, kun je kijken bij mijn blog: Een overzicht van verschillende onderzoeksmethoden.
De non-profit sector, waaronder de cultuursector, maakt steeds meer kennis met het gebruiken van big data om bezoekers of deelnemers (beter) te bereiken. In het bedrijfsleven wordt al langer gewerkt met big data om het koopgedrag van consumenten te achterhalen. Dit wordt gedaan door online (koop)gedrag precies te volgen en hierop in te spelen. Daarnaast kan klantgedrag gevolgd worden over tijd, doordat mensen een uniek klantnummer of IP-adres hebben. Je krijgt dan inzicht in herhaalbezoeken van bezoekers. Bedrijven krijgen met big data ook inzicht in hun doelgroepen qua leeftijd, geslacht, economische situatie etc. Deze informatie kunnen zij inzetten voor marketingdoeleinden.
Big data zijn databestanden die te groot zijn om met reguliere systemen onderhouden te worden. Het gaat over data die worden opgeslagen door het internet, doordat mensen zelf steeds meer informatie opslaan in de vorm van bestanden, gegevens, foto’s en video’s. Maar ook omdat er steeds meer data automatisch wordt opgeslagen (bijvoorbeeld door online cookies). Ook ticketingsystemen van een museum, bioscoop of theater zijn een bron voor big data.
Big data kan dus veel inzichten verschaffen waarmee je jouw doelgroep (beter) kunt bereiken. Toch zitten er ook wat haken en ogen aan het gebruik van big data:
Door deze onzekerheden en kostbaarheid lijkt het analyseren van big data (nog) een lastige onderzoeksmethode voor de kleine en middelgrote organisaties in de non-profitsector. Toegankelijkere methoden om inzicht te krijgen in je doelgroep zijn bijvoorbeeld observeren, tracking, (groeps-)interviews, scheurkaartjes of vragenlijsten.
Wil je kwantitatieve informatie verzamelen over bijvoorbeeld de populariteit van onderdelen van je tentoonstelling, maar wil je de bezoekers niet belasten met een vragenlijst? Dan kun je kiezen voor tracking als onderzoeksmethode. Tracking is het volgen van bezoekers of klanten via de wifi of bluetooth van hun eigen apparaten (smartphone, tablet, laptop etc.). Het kan ook gedaan worden door mensen een apparaatje mee te geven, waarmee je ze volgt. Het wordt veel in winkels gedaan, maar de techniek is natuurlijk ook beschikbaar voor het museum. Het geeft je kwantitatieve informatie over de looproute, hoelang zij blijven en wat de meest populaire onderdelen van de tentoonstelling.
Bij tracking kun je daadwerkelijke handelingen van bezoekers aan het museum achterhalen, maar het is soms lastig om deze handelingen te interpreteren. Bijvoorbeeld: Als mensen vaak op een bepaald punt stil blijven staan dan lijkt het een teken dat op die plek de tentoonstelling heel interessant is. Maar misschien blijven bezoekers daar wel staan omdat ze daar een goed wifi-signaal hebben met hun telefoon en heeft het dus weinig met de tentoonstelling te maken. Het is belangrijk om rekening te houden met zulke externe factoren. Combineer hiervoor tracking met een kwalitatieve methode van onderzoek, om ook meer informatie over de motivaties van bezoekers voor een bepaalde houding te achterhalen.
Het is belangrijk om van tevoren een analyseplan op te stellen met duidelijke criteria. Door deze lijst interpretatievrij te maken, is de kans kleiner dat er op een subjectieve manier geanalyseerd wordt.
Als je gebruik maakt van het wifi-signaal of bluetooth van de apparaten van bezoekers schaadt je de privacy van je bezoekers nauwelijks, maar als je naast tracking door wifi of bluetooth ook video opnames van bezoekers wilt maken is het wel nodig om toestemming aan deze bezoekers te vragen. Beslis voor jezelf hoe je hier mee omgaat. Het is netjes om je bezoekers te informeren, bijvoorbeeld met een bordje, dat je ze volgt.
Lees meer over hoe musea de effecten van tentoonstellingen kunnen meten.
Jongeren vormen een belangrijke doelgroep voor veel organisaties en projecten. Of het nu gaat om sportactiviteiten, culturele programma's of sociale initiatieven, het is van essentieel belang om te begrijpen hoe jongeren denken en voelen over deze activiteiten. Hierbij spelen geschikte onderzoeksmethoden een sleutelrol. In deze blog beschrijven we enkele effectieve methoden om waardevolle inzichten van jongeren te verkrijgen.
Om effectief met jongeren te communiceren, is het van belang om hun wereld te begrijpen. Jongeren bevinden zich in een unieke fase van hun leven, waarin ze nog volop in ontwikkeling zijn. Deze fase brengt ook uitdagingen met zich mee. Denk hierbij aan: minder concentratie, minder probleemoplossend vermogen, lagere overdrachtssnelheid van informatie én hormonen die bijdragen aan heftigere emoties en minder empathisch vermogen.
Om jongeren effectief te bereiken, is het essentieel om op de hoogte te zijn van de trends die hun gedrag en interesses beïnvloeden. De belangrijkste trends zijn onder andere:
Jongeren zijn goed te bereiken, mits je ze leert kennen en begrijpen. Neem ze serieus en betrek ze.
Bij het uitvoeren van onderzoek onder jongeren is het belangrijk om methoden te kiezen die aansluiten bij hun behoeften en voorkeuren. De volgende elementen zijn daarbij belangrijk:
Enkele onderzoeksmethoden die aan deze voorwaarden voldoen zijn:
Een manier van onderzoeken waar je de jongeren nauwelijks mee belast is observeren. Het kost hen geen tijd, jij observeert werkelijk gedrag en je bent niet afhankelijk van respons. Door te observeren kun je veel informatie verzamelen. Je kunt echter alleen feitelijk gedrag observeren en geen motivaties achterhalen.
Een snelle en makkelijke manier om informatie te verzamelen. Door de jongeren na de activiteit een papiertje te geven met daarop een stelling, hoeven ze alleen nog maar via een scheurtje in het papiertje of door een cijfer te geven laten weten of ze het met de stelling eens zijn. Jongeren kunnen eenvoudig hun mening geven zonder veel tijd of moeite te investeren.
Een andere geschikte onderzoeksmethode voor jongeren is een digitale enquête. Deze wordt ter plekke door een enquêteur afgenomen. Deze stelt de vragen en vult de antwoorden in. Deze methode kost meer tijd, maar op deze manier kan men veel informatie verzamelen met minimale inspanning van de jongeren zelf.
Door de jongeren na afloop een cadeautje te geven als bedankje vergroot je de kans dat ze meewerken.
Hoewel tijdrovend, bieden interviews de mogelijkheid om diepgaande informatie en motivaties van jongeren te achterhalen. Dit kost de jongeren echter veel tijd. Aan de andere kant voelen zij zich gehoord en serieus genomen en zal dit hen motiveren om mee te werken. Ook bij deze onderzoeksmethode is het leuk om ze een cadeautje te geven als bedankje.
Het is altijd belangrijk, om bij het kiezen van een onderzoeksmethode met de eerdergenoemde trends onder jongeren en hun voorkeuren rekening te houden.
Het begrijpen en betrekken van jongeren is essentieel voor het succes van projecten en programma's gericht op deze doelgroep. Door gebruik te maken van effectieve communicatiestrategieën en geschikte onderzoeksmethoden kunnen organisaties waardevolle inzichten verkrijgen van jongeren.
De betrouwbaarheid van een onderzoek vertelt in hoeverre de bevindingen te vertalen zijn naar een groter geheel. Dus of de uitkomsten representatief zijn voor de gehele groep en niet alleen de bevraagden. Bij een kwantitatief onderzoek is de vraag bijvoorbeeld of voldoende respondenten de vragenlijst ingevuld hebben?
Het betrouwbaarheidspercentage geeft de kans aan dat bij herhaling van het onderzoek hetzelfde uit het onderzoek komt. Bij een betrouwbaarheidspercentage van 95% is er 95% kans bij herhaling dat de antwoorden hetzelfde zullen zijn met andere respondenten binnen deze doelgroep. Afhankelijk van het soort onderzoek wordt een betrouwbaarheid van 95% of 99% aangehouden.
Hoeveel respondenten nodig zijn, is afhankelijk van hoe groot de onderzoekspopulatie is. Gaat het over een grote groep, zoals Nederlandse jongeren tussen 15 tot 18 jaar die mee hebben gedaan aan een bepaald project, of een kleine groep, zoals openbare bibliotheken binnen een bepaalde cao of alle inwoners van Persingen (dorp met minder dan 100 inwoners in Gelderland)? Bij een grote onderzoekspopulatie heb je meer respondenten nodig dan bij een kleine. Maar bij een kleine onderzoekspopulatie heb je wel relatief een groter deel van je onderzoekspopulatie nodig. Een praktische leidraad die ik hierbij aanhoud: bij grote groepen (vanaf 5.000) heb je ongeveer 400 respondenten nodig, voor kleinere groepen een oplopend deel. De exacte berekening is afhankelijk van verschillende factoren, zoals foutenmarge*, de homogeniteit van de onderzoekspopulatie**. Hierbij gebruik ik de steekproefcalculator als leidraad en ga vervolgens aan de veilige kant zitten. Verder vind je in deze blog meer informatie over het trekken van een goede steekproef.
De betrouwbaarheid van onderzoek heeft er ook te maken of je de juiste mensen hebt gevraagd? Heb je alleen mensen gevraagd de vragenlijst in te vullen die je kent of waarvan je weet dat ze tevreden zijn? Of heb je willekeurig mensen geselecteerd. Let wel niet iedereen die je vraagt, zal meewerken aan het onderzoek. Daarnaast vallen er altijd vragenlijsten weg omdat deze niet valide zijn ingevuld (weinig ingevulde vragen of intern incongruent). Je steekproef moet dus groter zijn dan het aantal ingevulde vragenlijsten dat je nodig hebt.
Wil je naast betrouwbaarheid ook meer weten over de validiteit van onderzoek? Lees dan ook mijn blog over validiteit.
Foutenmarge:
Het percentage dat het antwoord kan afwijken van de werkelijkheid. Dit is bijvoorbeeld vergelijkbaar met de correctie op snelheidsmetingen. In de snelheidsmeting zit een mogelijke foutenmarge van 5%, waarvoor door CJIb altijd naar beneden wordt gecorrigeerd.
Homogeniteit van de onderzoekspopulatie:
De mate waarop de leden van de onderzoekspopulatie op elkaar lijken. Leerlingen die deelnemen aan een project verschillen bijvoorbeeld sterk van elkaar (ze zijn wel ongeveer even oud, maar verschillen sterk van mening) en zijn dus geen homogene onderzoekspopulatie. De steekproef kan dan beter groter getrokken worden. Daarentegen groepen die elkaar vrijwillig opzoeken en op dat onderwerp bevraagd worden, zullen homogener zijn. De meningen zullen minder extreem uiteen liggen. Dit biedt dan weer de mogelijkheid om gedetailleerder vragen te stellen.
Click on the flag to read this article in English
De validiteit van een onderzoek vertelt iets in hoeverre de vragen die gesteld zijn meten wat ze moeten meten. M.a.w. zijn de gestelde vragen ondubbelzinnig? Kan de respondent de vraag anders opgevat hebben dan jij hem gesteld hebt? En wat betreft de gehele vragenlijst: geven de gestelde vragen in de vragenlijst antwoord op de onderzoeksvraag?
Door een vragenlijst te testen, kun je achterhalen of deze valide is. Dit testen kun je doen door de vragenlijst aan een testpersonen voor te leggen en ze tijdens het invullen hardop te laten denken. Een andere mogelijkheid is de vragenlijst voorleggen en een testgroep en hen vragen te laten stellen zodra een vraag onduidelijk is. Het is hierbij belangrijk dat je testpersonen/-groep lijken op je onderzoekspopulatie. Dus als je de vragenlijst wilt voorleggen bij jongeren van 15 tot 18 jaar, moeten je testpersonen/-groep bestaan uit jongeren van 15 tot 18 jaar.
Na deze test, met name met een testgroep, ga je de antwoorden analyseren en vraag je advies van een collega onderzoeker. Zijn de antwoorden consistent? Klopt de logica binnen de vragenlijst? Komen de uitkomsten overeen met soortgelijke onderzoeken?
Bij nieuw te ontwikkelen onderzoeksinstrumenten is het belangrijker om te testen, aan te passen en opnieuw te testen. Met name als je abstractere begrippen wilt meten zoals houding of ontwikkeling is uitgebreid testen nodig om een valide vragenlijst te krijgen.
Bij gebruik van een bestaande vragenlijst , moet je even kijken of deze reeds getest is op begrip en consistentie.
Naast validiteit spreek je bij het doen van onderzoek ook vaak over het begrip betrouwbaarheid. Wil je hier meer over weten? Lees dan ook mijn blog over betrouwbaarheid.
Ben je cursist? Log hier in op de Academie voor Onderzoek