Impact tentoonstelling meten CODA Apeldoorn

Voor CODA Apeldoorn hebben we de impact van de tentoonstelling CODA Paper Art 2019 in beeld gebracht. Deze tentoonstelling wordt iedere twee jaar gehouden. Door de impact te meten kan het museum zich verantwoorden naar subsidiërende fondsen en kunnen ze er zelf van leren.  De nadruk lag bij dit onderzoek op het effect van de tentoonstelling zelf, de marketing & communicatie en de waardering van het museumcafé. Aan de hand van hoofd- en deelvragen is een digitale vragenlijst gemaakt die bezoekers van de tentoonstelling ter plekke konden invullen. Aan de hand van deze vragenlijst zijn data verzameld en hebben wij de onderzoeksresultaten aan CODA gepresenteerd.  We hebben een analyse en een plan voor de komende periode geschreven aan de hand van de verzamelde data.

Lees meer:

Impact meten van tentoonstelling

Museum Volkenkunde wilde graag de impact weten van haar tentoonstelling 'Bali, Welcome to Paradise'. Hiervoor hebben we twee meetinstrumenten ontwikkeld. Een observatieformulier en een vragenlijst. Voor de observaties hebben we medewerkers opgeleid om observaties te doen in de diverse zalen binnen de tentoonstelling. Tevens werden aan het eind van de tentoonstelling bezoekers gevraagd om een vragenlijst in te vullen.
Zo hebben we gekeken en gevraagd naar de impact die de tentoonstelling maakt op bezoekers, hoe in een volgende tentoonstelling meer impact gemaakt kan worden en of er aanpassingen in de tentoonstelling gemaakt moeten worden bij de verhuizing naar het Tropenmuseum.
Voor dit onderzoek is gekozen om een interactief rapport te schrijven, hiermee is gebruikt gemaakt van een beeldende rapportage met linkjes binnen het rapport zodat er per zaal dieper op de materie ingegaan kon worden.

Lees meer:

De betrouwbaarheid van een onderzoek vertelt in hoeverre de bevindingen te vertalen zijn naar een groter geheel. Dus of de uitkomsten representatief zijn voor de gehele groep en niet alleen de bevraagden. Bij een kwantitatief onderzoek is de vraag bijvoorbeeld of voldoende respondenten de vragenlijst ingevuld hebben?

Het betrouwbaarheidspercentage geeft de kans aan dat bij herhaling van het onderzoek hetzelfde uit het onderzoek komt. Bij een betrouwbaarheidspercentage van 95% is er 95% kans bij herhaling dat de antwoorden hetzelfde zullen zijn met andere respondenten binnen deze doelgroep. Afhankelijk van het soort onderzoek wordt een betrouwbaarheid van 95% of 99% aangehouden.

Hoeveel respondenten nodig zijn, is afhankelijk van hoe groot de onderzoekspopulatie is. Gaat het over een grote groep, zoals Nederlandse jongeren tussen 15 tot 18 jaar die mee hebben gedaan aan een bepaald project, of een kleine groep, zoals openbare bibliotheken binnen een bepaalde cao of alle inwoners van Persingen (dorp met minder dan 100 inwoners in Gelderland)? Bij een grote onderzoekspopulatie heb je meer respondenten nodig dan bij een kleine. Maar bij een kleine onderzoekspopulatie heb je wel relatief een groter deel van je onderzoekspopulatie nodig. Een praktische leidraad die ik hierbij aanhoud: bij grote groepen (vanaf 5.000) heb je ongeveer 400 respondenten nodig, voor kleinere groepen een oplopend deel. De exacte berekening is afhankelijk van verschillende factoren, zoals foutenmarge*, de homogeniteit van de onderzoekspopulatie**. Hierbij gebruik ik de steekproefcalculator als leidraad en ga vervolgens aan de veilige kant zitten. Verder vind je in deze blog meer informatie over het trekken van een goede steekproef.

De betrouwbaarheid van onderzoek heeft er ook te maken of je de juiste mensen hebt gevraagd? Heb je alleen mensen gevraagd de vragenlijst in te vullen die je kent of waarvan je weet dat ze tevreden zijn? Of heb je willekeurig mensen geselecteerd. Let wel niet iedereen die je vraagt, zal meewerken aan het onderzoek. Daarnaast vallen er altijd vragenlijsten weg omdat deze niet valide zijn ingevuld (weinig ingevulde vragen of intern incongruent). Je steekproef moet dus groter zijn dan het aantal ingevulde vragenlijsten dat je nodig hebt.

betrouwbaarheid

Wil je naast betrouwbaarheid ook meer weten over de validiteit van onderzoek? Lees dan ook mijn blog over validiteit.

Foutenmarge: 

Het percentage dat het antwoord kan afwijken van de werkelijkheid. Dit is bijvoorbeeld vergelijkbaar met de correctie op snelheidsmetingen. In de snelheidsmeting zit een mogelijke foutenmarge van 5%, waarvoor door CJIb altijd naar beneden wordt gecorrigeerd.

Homogeniteit van de onderzoekspopulatie:

De mate waarop de leden van de onderzoekspopulatie op elkaar lijken. Leerlingen die deelnemen aan een project verschillen bijvoorbeeld sterk van elkaar (ze zijn wel ongeveer even oud, maar verschillen sterk van mening) en zijn dus geen homogene onderzoekspopulatie. De steekproef kan dan beter groter getrokken worden. Daarentegen groepen die elkaar vrijwillig opzoeken en op dat onderwerp bevraagd worden, zullen homogener zijn. De meningen zullen minder extreem uiteen liggen. Dit biedt dan weer de mogelijkheid om gedetailleerder vragen te stellen.

English flag Click on the flag to read this article in English

Ericssonstraat 2
5121 ML  Rijen
Nederland
Claudia’s hart ligt bij onderzoek. Haar werkwijze is heel persoonlijk; ieder onderzoek vraagt tenslotte om maatwerk. Samen met de klant formuleert ze doelen, die ze vervolgens ook realiseert. Daarbij is ze volkomen transparant en deelt ze graag haar kennis en ervaring met anderen via haar laagdrempelige digitale cursussen en e-books.
© 2022 Claudia de Graauw. Alle rechten voorbehouden.
homeenvelopesmartphone