Impact tentoonstelling meten CODA Apeldoorn

Voor CODA Apeldoorn hebben we de impact van de tentoonstelling CODA Paper Art 2019 in beeld gebracht. Deze tentoonstelling wordt iedere twee jaar gehouden. Door de impact te meten kan het museum zich verantwoorden naar subsidiërende fondsen en kunnen ze er zelf van leren.  De nadruk lag bij dit onderzoek op het effect van de tentoonstelling zelf, de marketing & communicatie en de waardering van het museumcafé. Aan de hand van hoofd- en deelvragen is een digitale vragenlijst gemaakt die bezoekers van de tentoonstelling ter plekke konden invullen. Aan de hand van deze vragenlijst zijn data verzameld en hebben wij de onderzoeksresultaten aan CODA gepresenteerd.  We hebben een analyse en een plan voor de komende periode geschreven aan de hand van de verzamelde data.

Lees meer:

Impact meten van tentoonstelling

Museum Volkenkunde wilde graag de impact weten van haar tentoonstelling 'Bali, Welcome to Paradise'. Hiervoor hebben we twee meetinstrumenten ontwikkeld. Een observatieformulier en een vragenlijst. Voor de observaties hebben we medewerkers opgeleid om observaties te doen in de diverse zalen binnen de tentoonstelling. Tevens werden aan het eind van de tentoonstelling bezoekers gevraagd om een vragenlijst in te vullen.
Zo hebben we gekeken en gevraagd naar de impact die de tentoonstelling maakt op bezoekers, hoe in een volgende tentoonstelling meer impact gemaakt kan worden en of er aanpassingen in de tentoonstelling gemaakt moeten worden bij de verhuizing naar het Tropenmuseum.
Voor dit onderzoek is gekozen om een interactief rapport te schrijven, hiermee is gebruikt gemaakt van een beeldende rapportage met linkjes binnen het rapport zodat er per zaal dieper op de materie ingegaan kon worden.

Lees meer:

Indicatoren voor digitaal erfgoed

Netwerk Digitaal Erfgoed richt zich op het digitaal bruikbaar, houdbaar en zichtbaar maken van digitaal erfgoed. Het domein Zichtbaar wil graag weten wat de impact van haar activiteiten, het bereik van haar doelen en hoe zichtbaar erfgoed is. Om dit inzichtelijk te kunnen maken, wil zij allereerst een eenduidige set van helder gedefinieerde indicatoren formuleren. Aan de hand van deze set indicatoren kan in een volgende fase bekeken worden wat de impact en het bereik is. Hiermee kan de organisatie zich verantwoorden tegenover het Ministerie van OCW en erfgoedinstellingen een zelfscan laten doen aangaande hun digitale volwassenheid. Voor Netwerk Digitaal Erfgoed hebben wij een model ontworpen met indicatoren. Dit model is tot stand gekomen aan de hand van literatuuronderzoek naar bestaande indicatoren en modellen binnen het domein digitaal erfgoed en door het houden van een workshop met betrokken partijen. Dit heeft geleid tot een model dat ontwikkeld is vanuit het veld van digitaal erfgoed, maar zich specifiek richt op de behoefte van Netwerk Digitaal Erfgoed.

Lees meer:

Creativiteit is een belangrijke vaardigheid. Er wordt steeds vaker een beroep op gedaan. Zowel  in je volwassen leven als op school. Daarom is er ook steeds meer aandacht voor de ontwikkeling van creativiteit op scholen en met name het basisonderwijs. Samen met de Stichting Cultuur Eindhoven ben ik gaan kijken of je creativiteit kunt meten en wat je met zo’n instrument zou kunnen doen.

TNO[1] heeft in 2015 in opdracht van het ministerie OCW een instrument ontwikkeld waarmee gemeten kan worden hoe creatief iemand is aan de hand van zeven indicatoren en daarnaast in hoeverre de ontwikkeling van creativiteit gestimuleerd wordt (drie indicatoren).


De indicatoren voor creatief vermogen zijn:

✔ Nieuwsgierig

Volhardend

Vindingrijk

Interacterend met anderen

Output gericht

Trots op werk

Anders durven zijn

 En de indicatoren voor het ontwikkelen van creatief vermogen zijn:

✔ Richting

✔  Ruimte

✔  Ruggenspraak

Maar wat kun je nu met deze indicatoren? Deze indicatoren zijn inmiddels vertaald in een gevalideerde vragenlijst. Met deze vragenlijst kun je leerlingen dus scoren op deze tien indicatoren. En dat biedt allerlei opties.

Maatwerk aanbieden aan leerlingen

Allereerst kun je de creativiteit van de leerlingen (of andere personen) in beeld brengen, bijvoorbeeld met een spinnenwebgrafiek. Hiermee zie je waar iemand goed in is en waar minder goed. Aan de hand hiervan kun je de opdrachten en begeleiding die je geeft aanpassen. Het onderzoek van TNO heeft negen prototypische profielen onderscheiden en geeft per profiel tips. Je kunt dus ook kijken in welk prototypisch profiel iemand valt. Je kunt aan de hand hiervan aanpassen wat je aanbiedt.

Ontwikkeling per leerling in beeld brengen

Ten tweede kun je door de vragenlijst vaker af te nemen, de ontwikkeling op het gebied van creativiteit in beeld brengen. Door bijvoorbeeld (half) jaarlijks de vragenlijst af te nemen en de score van de zeven indicatoren in een spinnenweb naast elkaar in beeld te brengen. Kun je de ontwikkeling van leerlingen inzichtelijk maken.

Feedback voor de begeleiders en leerkrachten

Door de scores op de drie indicatoren voor het ontwikkelen van creatief vermogen in beeld te brengen, zie je wat de leerlingen aangeboden krijgen. Geeft de begeleider of leerkracht richting, ruimte en ruggenspraak? In welke mate wordt dit gedaan? Dit geeft de begeleider of leerkracht inzicht in wat hij/zij doet en daarmee de mogelijkheid dit te verbeteren.

Impact in beeld brengen

Als je de creatieve ontwikkeling van leerlingen die aan een bepaald project meedoen in beeld brengt (zoals wij hebben gedaan met ‘de Reünie’ van de Ontdekfabriek), zie je op welke indicator(en) dat project impact heeft. Je moet hiervoor voor aanvang en na afloop van het project de vragenlijst afnemen. Op zeven indicatoren van creativiteit kun je zien of deze zijn toegenomen. Het beste kun je dit zien op individueel niveau. Als je werkt met alle tien de indicatoren zie je ook of je alle indicatoren aanbiedt die nodig zijn om creativiteit te ontwikkelen.

Observeren

Het is natuurlijk ook mogelijk om leerlingen en begeleiders te observeren op deze indicatoren. Het rapport van TNO biedt geen observatielijst, maar wel voldoende aanknopingspunten om deze te maken. Beschreven staat hoe de indicatoren er uit zien en dit heb ik vertaald in een observatielijst voor de hele groep om lessen in het kader van ‘de Reünie’ te observeren. Dit kun je ook doen om leerlingen en begeleiders individueel te observeren en scoren. Je krijgt zo meer inzicht in de creativiteit en de ontwikkeling ervan, van de leerlingen. Deze observaties kun je op dezelfde manieren inzetten als de vragenlijst: om maatwerk te bieden, de ontwikkeling in beeld te brengen, feedback te geven aan begeleiders en leerkrachten en de impact van projecten in beeld te brengen.

Download het onderzoeksrapport hier met de resultaten van creativiteitsmetingen? 

[1] Stubbé, H.E. Jetten, A.M. Paradies, G.L. en Veldhuis, G.J. (2015) Creatief Vermogen - de ontwikkeling van een meetinstrument voor leerlingen op school, TNO-Soesterberg

meer muziek in de klas

Stichting Méér Muziek in de Klas wil graag haar impact vergroten. Daarom wil ze eerst weten hoe groot die impact is en hoe ze deze kan vergroten. Daarnaast wil de stichting haar impact kunnen aantonen aan externe partners, zoals financiers. Wij zijn gevraagd om te onderzoeken in hoeverre de doelstellingen van Méér Muziek in de Klas behaald worden.

Wij onderzoeken de stand van zaken van de impact van het werk van de stichting. Het gaat hier om de impact van meerdere projecten, zoals de bewustwordingscampagne, het programma van deskundigheidsbevordering, het gebruik door het door de stichting ontwikkelde lesmateriaal en hun impact omtrent infrastructuur en duurzaamheid.

Dit doen we door (digitaal) vragenlijsten af te nemen en gaan we groepsgesprekken aan met leerkrachten die het lesmateriaal gebruiken en met experts uit het veld.

De resultaten worden ook gebruikt om handvatten te ontwikkelen om de impact van Stichting Méér Muziek in de Klas te vergroten.

Lees meer:

Bij het uitvoeren van taken, projecten, activiteiten en programma’s wil je graag weten of het werkt wat je doet. Hiervoor heb je relevante informatie nodig, op basis waarvan je weloverwogen beslissingen kunt nemen. Je kunt dan bijsturen waar nodig en eenvoudig verantwoording afleggen. Om aan deze relevante informatie te komen, doe je, afhankelijk van wat je wilt weten en wat je mogelijkheden zijn, een impactmeting of een effectmeting. Deze twee termen worden nogal eens door elkaar gebruikt maar het zijn wel degelijk twee verschillende soorten onderzoeken.

Wil je weten of je je doelen bereikt met het uitgestippelde beleid? En wil je dus concreet inzicht in je doelbereik? Dan doe je een effectmeting. Bij een effectmeting wordt de situatie achteraf vergeleken met de situatie vooraf. Er zijn dus altijd minimaal twee metingen. Daarnaast moeten de waargenomen effecten nog toegeschreven worden aan het project of het beleid. Dat kun je onder andere doen door te werken met controlegroepen. Om te achterhalen of de vooraf opgestelde doelen worden gehaald, richt de effectmeting zich daar voornamelijk op.

Een exacte effectmeting geeft veel informatie en onweerlegbaar. Maar kost ook veel tijd en middelen. Je moet tijdig (voor de start van het beleid of project) beginnen met het onderzoek.

Bij een impactmeting is dat niet per definitie het geval. Impactmetingen richten zich op het vermeende effect. Een impactmeting kan ook achteraf ingezet worden. Daar waar je bij een effectmeting exact het effect meet, maak je bij een impactmeting een schatting van de effecten. Dit kan vooraf of achteraf.

Bij een impactmeting vooraf maak je een inschatting van de mogelijke effecten op basis van literatuur, vergelijkbare projecten/beleid en experts. Een voorbeeld van een impactmeting vooraf is de economische impactmeting die wij voor het themajaar VanGogh2015 hebben gedaan.

Bij een impactmeting achteraf vraag je wat betrokkenen denken wat het effect is geweest. Door voldoende betrokkenen en mogelijk experts te spreken, ontstaat een volledig en subjectief beeld van de ingeschatte effecten. Hierbij kun je je ook richten op het doel dat je vooraf hebt gesteld aan het beleid, maar vaak komen er ook andere effecten boven water. Een voorbeeld van een impactmeting achteraf is het onderzoek dat wij hebben gedaan naar de impact van de cultuurscouts in Schiedam.

Wil je liever meer weten over het doen van een effectmeting? Kijk dan hier voor meer informatie en voorbeelden.

Van Gogh2015: Een economische impactmeting

In 2015 is het 125 jaar geleden dat Vincent van Gogh overleed. Tentoonstellingen, films en andere activiteiten staan in Nederland op stapel om Van Gogh’s 125e sterfjaar te herdenken. De stichting Van Gogh Europe grijpt dit moment aan om de kunstenaar te eren met een breed programma. De activiteiten vinden plaats op verschillende plekken waar Van Gogh gedurende zijn leven heeft gewerkt en gewoond en in de musea waar zijn werk wordt bewaard, onderzocht en getoond. Veel van deze plekken zijn te vinden in Brabant.

Stichting Van Gogh Brabant wil graag inzicht in de economische impact van Van Gogh2015 in Brabant. Met andere woorden: wat gaat het themajaar opleveren voor de Brabantse economie? Om inzicht te krijgen in de economische impact heb ik onderzocht wat het verwachte economische potentieel van Van Gogh2015 voor Brabant is. Met deze impactmeting kan de Stichting Van Gogh Brabant verantwoording aan derden (overheid, subsidiegevers) afleggen.

Lees meer:

Je bent enthousiast een project gestart en dat loopt enige tijd. Je begint nieuwsgierig te worden naar de effecten. Kom je dichterbij het doel dat je in het begin hebt geformuleerd? Tijd voor een effectmeting dus. Maar je hebt geen nulmeting gedaan. Kun je dan nog steeds de effecten vast stellen?

Als je steeds nieuwe mensen bereikt, kun je een nulmeting houden onder je doelgroep voordat zij voor de eerste keer meedoen. Als dat niet het geval is, wordt wel lastiger en minder nauwkeurig. Je hebt ten slotte de startsituatie niet vastgelegd. Maar het kan nog steeds. Je spreekt in de regel dan van een impactmeting.

Bij een impactmeting achterhaal je de impact die je project (of beleid) heeft gehad op je doelgroep. Het gaat hierbij om subjectieve waarnemingen van je doelgroep en wat heeft het voor hen te weeg gebracht.

Bij een impactmeting kun je op verschillende manieren te werk gaan. Allereerst kun je een documentstudie doen. Wat is er bekend over de impact? In jaarverslagen staan vaak bereikcijfers, in verslagen van vergaderingen en tussentijdse evaluaties kan informatie staan over de betekenis van het project op je doelgroep.

Daarnaast kun je je doelgroep en je samenwerkingspartners vragen naar hun ervaring en mening vragen. Wat zien zij gebeuren? Wat heeft het project betekent? Deel de impact hierbij op in kleinere delen, waardoor het behapbaar is voor je gesprekspartner. Als je voldoende mensen vraagt, krijg je een duidelijk beeld over wat jouw project heeft betekent.

Ericssonstraat 2
5121 ML  Rijen
Nederland
Claudia’s hart ligt bij onderzoek. Haar werkwijze is heel persoonlijk; ieder onderzoek vraagt tenslotte om maatwerk. Samen met de klant formuleert ze doelen, die ze vervolgens ook realiseert. Daarbij is ze volkomen transparant en deelt ze graag haar kennis en ervaring met anderen via haar laagdrempelige digitale cursussen en e-books.
© 2022 Claudia de Graauw. Alle rechten voorbehouden.
homeenvelopesmartphone