Je bent enthousiast gestart met een project, programma of activiteit. Alles loopt, de eerste reacties zijn positief, en je denkt: wat levert dit eigenlijk op? Maar dan komt het besef: er is geen nulmeting gedaan. Kun je dan nog wel iets zeggen over de effecten?
Ja, dat kan. En toch is het slim om bij een volgend project wél vooraf te meten. In deze blog neem ik je mee in de wereld van effectmetingen. Wat is het precies? Hoe pak je het aan als je geen nulmeting hebt? En waarom is zo’n nulmeting dan eigenlijk zo waardevol?
Een effectmeting laat zien wat het directe resultaat is van jouw project of programma. Denk aan veranderingen in kennis, houding, gedrag of samenwerking. Effecten zie je op korte termijn: wat is er anders nádat mensen hebben meegedaan?
Effectmeting is iets anders dan impactmeting. Impact gaat over de langere termijn en raakt aan het grotere doel: wat verandert er op het niveau van onze missie? Effect gaat dus over de directe gevolgen van jouw activiteit zelf. En die kun je ook meten zonder nulmeting.
Een nulmeting maakt vergelijken makkelijk: je weet waar je begon, dus je ziet beter wat er veranderd is. Maar ook zonder beginmeting kun je achteraf veel leren. Hoe dan?
Hoe meer mensen je spreekt, hoe betrouwbaarder je beeld wordt. En met een goed uitgewerkte eenmeting kom je vaak een heel eind.
Een nulmeting geeft je veel:
Bovendien dwingt een nulmeting je tot heldere doelen: wat wil je bereiken, voor wie, en hoe weet je of dat lukt? Dat maakt het evalueren achteraf makkelijker.
Of je nu aan het begin staat of al halverwege bent: het is nooit te laat om inzicht te krijgen in effecten. En onderzoek doen is eigenlijk best leuk. Je wordt er wijzer van, ontdekt nieuwe dingen en je ziet wat jouw werk teweegbrengt.
Dus: ben je al begonnen en mis je een nulmeting? Ga dan slim aan de slag met een eenmeting. En start je straks een nieuw project? Denk dan alvast na over een nulmeting. Zo weet je straks precies wat je hebt bereikt.
Ben je benieuwd hoe je met een slimme eenmeting toch waardevolle inzichten kunt verzamelen? Of wil je bij je volgende project wél starten met een nulmeting? Neem contact met me op – ik denk graag met je mee!
Het effect vaststellen van je interventie, kan met een experimenteel onderzoek. Hierbij kijk je door middel van twee groepen of je interventie of activiteit werkt. De ene groep krijgt de interventie (experimentele groep) en een soortgelijke groep krijgt de interventie niet (controle groep). Je bekijkt dan de verschillen tussen de twee groepen. Je kunt ook kijken naar verschillen voor en na ‘het experiment’: je interventie of activiteit. Je kunt dit ook combineren. Wij leggen je uit hoe je een experimenteel onderzoek kunt inzetten.
Voordat je je interventie of activiteit gaat uitvoeren wil je weten wat je nulpunt is. Je wilt weten wat de houding of stand van zaken tot nu toe is. Je doet dan een nulmeting: een onderzoek om erachter te komen waar je doelgroep op dat moment staat.
Nadat je je interventie of activiteit hebt doorgevoerd ga je een nameting uitvoeren. Hoe denken mensen er nu over. Deze resultaten vergelijk je met de data die je hebt verzameld bij de nulmeting. Hierdoor zie je het effect van de manipulatie.
Je kunt er zelfs voor kiezen om twee nametingen te doen: één vlak na de interventie en één een half jaar later. Hiermee breng je het korte termijn en het lange termijn in beeld.
De doelgroep wordt in twee groepen verdeeld, een experimentele- en controlegroep. De experimentele groep neemt deel aan het experiment: je interventie of activiteit. En de controlegroep niet of gebruikt de oude dienstverlening/product. Je kunt ook kijken of je naast je doelgroep, die volledig deelneemt aan je interventie of activiteit, een soortgelijke groep kunt vinden voor je onderzoek. Door na de interventie of activiteit de twee groepen te vergelijken zie je het effect van ’je experiment’.
Door de voor- en nameting van de experimentele en controlegroep met elkaar te vergelijken, krijg je een duidelijk beeld van de effecten van je interventie. Op basis hiervan kun je het besluit nemen om door te gaan met het oude of juist te gaan voor het nieuwe. Tevens kan je ervoor kiezen om het nieuwe verder te ontwikkelen.
Heb je hulp nodig bij het opzetten van een experimenteel onderzoek? Wij denken graag met je mee over een effectmeting door middel van een experimenteel onderzoek.
Effectmeting is essentieel als je wilt weten of jouw project, programma of activiteit écht werkt. Maar meten is niet altijd makkelijk. In de praktijk botsen mooie plannen vaak met de realiteit, en onderzoek kent valkuilen. Daarom vind je hier 10 krachtige tips die je helpen te toetsen of je project, evenement, beleid, activiteit of programma het gewenste effect heeft.
Effectmeting begint bij de basis: wat wil je bereiken? Formuleer je doel zo concreet mogelijk. Wil je gedrag veranderen, kennis vergroten of keuzes beïnvloeden? Stel vervolgens een duidelijke hoofdvraag op, en werk die uit in deelvragen. Hoe concreter je vraag, hoe beter je kunt meten.
Doe geen onderzoek omdat het ‘moet’, maar omdat je iets wilt weten waar je ook echt iets mee gaat doen. Wat wil je met de resultaten bereiken? Wil je bijsturen, verantwoorden, verbeteren of stoppen? Deze keuzes bepalen je aanpak en zorgen dat je onderzoek waardevol blijft.
Niet elke methode past bij elke vraag. Wil je cijfers? Dan is een vragenlijst handig. Wil je motivaties begrijpen? Dan zijn interviews of observaties beter. Stem je methode af op wat je wilt weten én op wie je bevraagt. Denk ook aan bereikbaarheid: jongeren bereik je anders dan ouderen.
Een vaste structuur maakt je onderzoek betrouwbaarder. Gebruik steeds dezelfde aanpak, vragen of observatiepunten. Zo kun je resultaten vergelijken en trends herkennen. Ook informele evaluaties kun je structureren door vooraf te bepalen waar je op let.
Zonder startpunt kun je geen verandering meten. Een nulmeting helpt je om effecten zichtbaar te maken. Vergelijk je resultaten op korte én langere termijn met dit startpunt om te zien of je dichter bij je doel komt.
Onderzoek loopt zelden zoals gepland. Mensen reageren niet, partners haken af, of je krijgt minder data dan gehoopt. Voorzie obstakels en denk vooraf na over alternatieven. Een plan B voorkomt dat je vastloopt.
Effectmeting doe je niet alleen. Betrek collega’s, partners of deelnemers bij het opzetten en uitvoeren van je onderzoek. Dat vergroot het draagvlak én de kwaliteit van je data. Samen zie je meer dan alleen.
Stel alleen vragen waar je écht iets mee doet. Laat overbodige vragen weg – dat bespaart tijd en verhoogt de kwaliteit van je data. Kies daarnaast je gesprekspartners zorgvuldig. Spreek niet alleen de enthousiastelingen of de critici, maar zorg voor een evenwichtige en representatieve groep. Dat betekent: mensen met verschillende achtergronden, leeftijden, genders en perspectieven. Zo voorkom je een vertekend beeld en krijg je inzichten die écht iets zeggen over je doelgroep als geheel.
Als je veel data hebt, is het verleidelijk om alles te willen gebruiken. Maar: houd je onderzoeksvraag centraal. Cluster informatie, zoek verbanden en trek conclusies die echt antwoord geven op je vraag.
Onderzoek is pas waardevol als je er iets mee doet. Bespreek de uitkomsten, formuleer actiepunten en maak afspraken. Zo wordt effectmeting een krachtig instrument voor verbetering en groei.
Ben je cursist? Log hier in op de Academie voor Onderzoek