Monitoring en evaluatie wordt steeds vaker verplicht gesteld bij subsidieaanvragen. Dit wordt onder andere gedaan omdat monitoren en evalueren de aanvragers helpen zicht te houden op hun project en het bereiken van hun doel.
Door een project te monitoren krijgt een projectleider inzicht in zijn project en weet tijdig wanneer en waar er bijgestuurd moet worden. Door stelselmatig, dus regelmatig, voor het project belangrijke feiten op een rijtje te zetten, houdt de projectleider grip op het project en is de kans groter dat het projectdoel gehaald wordt.
Dit kan zo uitgebreid en dus ook zo praktisch als nodig. Wetenschappelijke onderzoeken zijn hiervoor niet nodig. Ook vergelijkingen met andere soortgelijke projecten niet. (Het gaat ten slotte om het bereiken van jouw projectdoel en niet meer of iets anders te bereiken dan je collega-projectaanvragers). Wel is een duidelijk beeld over het te behalen doel nodig, welke subdoelen hier aan bijdragen en wat hiervoor gedaan moet worden. Dit leidt tot het meetbaar maken van je doel.
Om je doel meetbaar te maken en dus een instrumentarium te krijgen dat je in kunt zetten om te monitoren moet je allereerst je doel duidelijk stellen. Hoe specifieker je dit doet, des te gemakkelijker wordt het dit meetbaar te maken. Splits je doel hiervoor op in subdoelen. En blijf doorvragen (wat, hoe, wanneer, hoeveel, waar). Vertaal container begrippen in concrete doelen en probeer hierbij niet te verzanden in overtreffende woorden (beter, meer), maar maak het specifiek. Stel je doel en subdoelen zo SMART mogelijk op.
Als je je subdoelen hebt vastgesteld en je hebt hierbij in detail doorgevraagd, heb je enerzijds input voor je projectplan en anderzijds een aantal ijkpunten waarop je wilt monitoren. Per ijkpunt moet gekeken worden hoe je je dat gaat meten. Er zijn verschillende manieren van meten: gestructureerde gesprekken, vragenlijsten, documentstudie van aanwezig materiaal zijn enkele voorbeelden. Kun je het zelf doen, zoals het aantal scholen dat mee werkt of heb je hulp nodig. Omdat de subdoelen verschillen per project, is het lastig daar iets algemeens over te zeggen. Mocht je hier behoefte aan hebben, kijk ik graag een keer mee naar het projectplan, de doelen en subdoelen om samen te komen tot manieren waarop iets gemeten kan worden. Kijk ook naar mijn blog: tien tips voor het meten van effecten en enkele cases toegelicht in mijn blog over het meetbaar maken van effecten van projecten of programma.
De eerste meting is bij aanvang. Je wilt ten slotte de beginsituatie weten.
Vervolgens ga je naar behoeve gedurende het project meten. Dit kan halfjaarlijks of jaarlijks. De ijkpunten die je hebt gebruikt bij de eerste meting, ga je gedurende het project regelmatig vaststellen. Indien nodig kun je een informatiesysteem ontwerpen waarin de benodigde informatie op gezette tijden aangeleverd wordt. Je kunt hierbij denken aan halfjaarlijks terugkerende gesprekken met een vast structuur met betrokken partijen of aan het jaarlijks bestuderen van het beleidsplan van de school via een vast stramien.
Zorg er voor dat je telkens weer dezelfde soort informatie krijgt waardoor ontwikkeling zichtbaar is, maar ook die informatie waarop je kunt sturen.
[1] Enkele voorbeelden van vragen: Wat verstaan wij onder een doorgaande leerlijn? Hoe moet deze eruit zien? Wat is een relatie tussen school en culturele instelling (elkaars telefoonnummer hebben, op de hoogte zijn van het aanbod, regelmatig overleggen hoe het cultureel aanbod ingepast kan worden in het curriculum). Over hoeveel scholen gaat het? Wat is het deskundigheidsniveau van leerkrachten nu en wat zou het moeten zijn. Wat definieert het deskundigheidsniveau (inhoudelijke kennis, vaardigheid om cultuur te relateren aan andere lesstof).
Meer informatie over Monitoring
Creativiteit, ofwel creatief denken en handelen, is één van de 21st-century skills waaraan je tegenwoordig niet meer kunt ontkomen. Leerlingen in het onderwijs worden er al voor klaargestoomd, maar de vaardigheid is ook van groot belang in organisaties. Iedereen is op een andere manier creatief: uitvoerend, bedenkend, oplossend, et cetera.
Sinds 2015 doe ik onderzoek naar creativiteit. Ik startte met een onderzoek voor de Stichting Cultuur Eindhoven, waarbij we de creativiteit van leerlingen van groep 8 in beeld hebben gebracht en gevolgd. De scholen boden verschillende programma’s aan met extra aandacht voor cultuureducatie of techniekeducatie. Ik ben gaan kijken of je creativiteit kunt meten en wat je met zo’n instrument kan doen.
TNO[1] heeft in 2015 in opdracht van het ministerie OCW een instrument ontwikkeld waarmee gemeten kan worden hoe creatief iemand is aan de hand van zeven indicatoren en daarnaast in hoeverre de ontwikkeling van creativiteit gestimuleerd wordt (drie indicatoren).
✔ Nieuwsgierig
✔ Volhardend
✔ Vindingrijk
✔ Interacterend met anderen
✔ Output gericht
✔ Trots op werk
✔ Anders durven zijn
✔ Richting
✔ Ruimte
✔ Ruggenspraak
Maar wat kun je nu met deze indicatoren? Deze indicatoren zijn inmiddels vertaald in een gevalideerde vragenlijst. Met deze vragenlijst kun je leerlingen dus scoren op deze tien indicatoren. En dat biedt allerlei opties.
Allereerst kun je de creativiteit van de leerlingen (of andere personen) in beeld brengen, bijvoorbeeld met een spinnenwebgrafiek. Hiermee zie je waarin iemand goed is en waarin minder goed. Aan de hand hiervan kun je de opdrachten en begeleiding die je geeft aanpassen. Het onderzoek van TNO heeft negen prototypische profielen onderscheiden:
Ten tweede kun je door de vragenlijst vaker af te nemen, de ontwikkeling op het gebied van creativiteit in beeld brengen. Bijvoorbeeld door (half)jaarlijks de vragenlijst af te nemen en de score van de zeven indicatoren in een spinnenweb naast elkaar in beeld te brengen.
Door de scores op de drie indicatoren voor het ontwikkelen van creatief vermogen in beeld te brengen, zie je wat de leerlingen aangeboden krijgen. Geeft de begeleider of leerkracht richting, ruimte en ruggenspraak? In welke mate wordt dit gedaan? Dit geeft de begeleider of leerkracht inzicht in wat hij/zij doet en daarmee de mogelijkheid dit te verbeteren.
Als je de creatieve ontwikkeling van leerlingen die aan een bepaald project meedoen in beeld brengt, zie je op welke indicator(en) dat project impact heeft. Hiervoor wordt de vragenlijst voor aanvang en na afloop van het project afgenomen. Je kunt op individueel niveau zien of en in welke mate de zeven indicatoren van creativiteit zijn toegenomen. Als je werkt met alle tien de indicatoren zie je ook of je alle faciliteiten aanbiedt die nodig zijn om creativiteit te ontwikkelen.
Het is natuurlijk ook mogelijk om leerlingen en begeleiders te observeren op deze indicatoren. Het rapport van TNO biedt geen observatielijst, maar wel voldoende aanknopingspunten om deze te maken.. Dit kun je ook doen om leerlingen en begeleiders individueel te observeren en scoren. Deze observaties kun je op dezelfde manieren inzetten als de vragenlijst: om maatwerk te bieden, de ontwikkeling in beeld te brengen, feedback te geven aan begeleiders en leerkrachten en de impact van projecten in beeld te brengen.
De negen creativiteitsprofielen zijn ook bruikbaar voor organisaties om te achterhalen welk creatief vermogen je in huis hebt. Aan welke competenties moet nog gewerkt worden om de organisatie klaar te stomen voor de toekomst?
Creativiteit is natuurlijk van belang voor creatieve beroepen, zoals architecten, ontwerpers en kunstenaars. Maar creativiteit is ook nodig in andere sectoren voor het ontwikkelen van nieuwe ideeën, innovatie, het bedenken van originele oplossingen en het ontwikkelen van nieuwe producten, processen of businessmodellen. Om in te blijven spelen op een continu veranderende wereld heb je creativiteit hard nodig. Het aanpassen aan de gevolgen van het COVID-19-virus is een voorbeeld hiervan.
Creatief denken en handelen zorgt ervoor dat je nieuwe en/of ongebruikelijke maar toepasbare ideeën voor bestaande vraagstukken vindt. Dit kan op allerlei vlakken, bijvoorbeeld via creatieve technieken, denken buiten de lijntjes, risico’s durven nemen, onderzoeken en leren van fouten. Wil je aan competenties werken, dan moet je eerst weten welke profielen je in je organisatie hebt. Vervolgens kun je bouwen aan je organisatie en creativiteit stimuleren.
Het ‘meten’ van creativiteit is ook interessant voor organisaties. Je kunt zo kijken in welk prototypisch profiel iemand valt en je krijgt tips waar diegene mee aan de slag kan om zijn creativiteit te vergroten. Door de creativiteit van alle medewerkers in een team, afdeling of organisatie in beeld te brengen, kun je zien of medewerkers elkaar aanvullen, welke aspecten van creativiteit ondervertegenwoordigd zijn, hoe je de beste teams samenstelt en waaraan je als team, afdeling of organisatie kunt werken om klaar te zijn voor de toekomst.
Wanneer je iemand een test laat maken, zal je ook zien dat deze op sommige punten beter scoort dan andere. Waar het ene aspect in ‘de aard van het beestje’ zit, kan het andere getraind worden. Je kunt bijvoorbeeld oefenen om feedback te geven en te ontvangen.
Tegenwoordig worden steeds vaker testen gedaan om te kijken wat voor type mensen in een team zitten. Zelfs bij ons op kantoor hebben we de creativiteitstest gedaan. Met een medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) kun je ook meten hoe creatief je personeel is. MTO’s zijn er in verschillende soorten en maten. Voor organisaties is het interessant om in een MTO een gedeelte over creativiteit terug te laten komen.
Iedereen is op zijn eigen manier creatief. Als je weet waar iemand sterk in is, kun je dit beter inzetten en stimuleren. Hiervoor moet je zijn creativiteit in beeld brengen. Met deze gegevens kunnen wij medewerkers indelen in bepaalde prototypische profielen en aan de hand daarvan tips en tricks op maat geven per medewerker.
Wanneer je een team gaat samenstellen, wil je een mix van een aantal profielen. Je wilt personen die met andere ideeën komen en medewerkers die openstaan voor andere ideeën. Maar ook personen die nog vaardiger willen worden. Door een mix van profielen in je team daag je de teamleden uit zich verder te ontwikkelen.
Aan de hand van resultaten op het gebied van de creatieve omgeving kunnen we tips geven hoe deze optimaler in te richten, zodat de medewerkers kunnen groeien in hun creativiteit. Daarnaast kunnen teams op basis van de verschillende creativiteitstypen beter samengesteld worden, waardoor medewerkers elkaar aanvullen en versterken.
Ben je nieuwsgierig geworden hoe creatief je medewerkers zijn, neem hier contact op met ons en dan kijken we wat we voor je kunnen betekenen. Een MTO is belangrijk omdat je organisatie afhankelijk is van de mensen die er werken. Wanneer zij blij zijn, hun creativiteit kwijt kunnen en zich betrokken voelen bij je organisatie, kun je jouw doelen veel beter behalen.
Kunst Centraal is een organisatie op het gebied van kunst- en cultuureducatie. Zij stimuleren de vraag naar en versterken het aanbod van cultuureducatie in de provincie Utrecht. Kunst Centraal doet mee met het landelijk programma 'Cultuureducatie met Kwaliteit' en heeft mij gevraagd hen te begeleiden bij hun moneva (monitoring & evaluatie).
De medewerkers van Kunst Centraal en Landschap Erfgoed Utrecht (partner bij het programma 'Cultuureducatie met Kwaliteit') hebben zelf de nulmeting van hun moneva uitgevoerd. Ik heb ze hierbij begeleid, richting gegeven, gecoacht zodat zij de verzamelde informatie om konden zetten in praktische beleidsinformatie waarmee zij hun programma kunnen voeden. Doordat ze het zelf hebben gedaan onder mijn begeleiding hebben ze nu een goede meting met nuttige informatie en kunnen ze het de volgende keer zelf.